Art. 187 Richtlijn 2006/112/EG
1. Voor investeringsgoederen wordt de herziening gespreid over een periode van vijf jaar, het jaar van verkrijging of vervaardiging der goederen daaronder begrepen.
De lidstaten kunnen evenwel de herziening baseren op een periode van vijf volle jaren te rekenen vanaf de ingebruikneming van de goederen.
Voor onroerende investeringsgoederen kan de herzieningsperiode tot maximaal twintig jaar worden verlengd.
2. Voor elk jaar heeft de herziening slechts betrekking op eenvijfde deel, of, indien de herzieningsperiode is verlengd, op het overeenkomstige gedeelte van de BTW op de investeringsgoederen.
De in de eerste alinea bedoelde herziening geschiedt op basis van de wijzigingen in het recht op aftrek die zich in de loop van de volgende jaren ten opzichte van het jaar van verkrijging, vervaardiging of, in voorkomend geval, eerste gebruik van de goederen hebben voorgedaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Ettema 7 mei 2018, ECLI:NL:PHR:2018:479
- Conclusie A-G VAN HILTEN 4 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4109
- Rb. Noord-Holland 25 mei 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:5017
- Conclusie A-G Ettema 23 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:491
- Rb. Noord-Nederland 26 april 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1578
- Conclusie A-G Ettema 30 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:880
- Conclusie A-G VAN HILTEN 5 februari 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BG4124
- HR 27 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1884