Rb. Noord-Nederland 26 april 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1578
Omzetbelasting. Eiseres is eigenaar van twee appartementencomplexen, bestaande uit woningen en parkeerplaatsen. Ten tijde van de eigendomsverkrijging heeft eiseres het voornemen om de woningen en de parkeerplaatsen te verkopen. Voor zover de verkoop van de woningen en de parkeerplaatsen niet wilde slagen, heeft eiseres deze te huur aangeboden. De belastingdienst is vervolgens overgegaan tot naheffing van door eiseres in vooraftrek gebrachte omzetbelasting. De rechtbank oordeelt dat artikel 15, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op de omzetbelasting niet in strijd is met artikel 187 van BTW-Richtlijn. Laatstgenoemd artikel ziet niet op de herziening van aftrek in - zoals in deze zaak - het jaar van eerste ingebruikneming van de woningen en parkeerplaatsen. De rechtbank oordeelt daarnaast dat de verhuur van de parkeerplaatsen aan huurders van woningen in de appartementencomplexen, zo nauw verband houdt met de verhuur van een woning dat beide verhuren één enkele (vrijgestelde) economische handeling vormen.
De uitspraak op rechtspraak.nl