Art. 3 Richtlijn 2006/70/EG, Vereenvoudigd klantenonderzoek
1. Voor de toepassing van artikel 11, lid 2, van Richtlijn 2005/60/EG en onverminderd lid 4 van het onderhavige artikel, mogen de lidstaten een overheidsinstantie of overheidsorgaan als een cliënt met een laag witwas- of terrorismefinancieringsrisico aanmerken, indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de cliënt is belast met openbare functies uit hoofde van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen of de afgeleide communautaire wetgeving;
b) de identiteit van de cliënt is openbaar toegankelijk, doorzichtig en ondubbelzinnig;
c) de activiteiten van de cliënt en diens boekhoudkundige praktijken zijn doorzichtig;
d) de cliënt is verantwoording schuldig aan een Gemeenschapsinstelling dan wel aan de autoriteiten van een lidstaat of er bestaan gepaste procedures om de activiteiten van de cliënt te controleren.
2. Voor de toepassing van artikel 11, lid 2, van Richtlijn 2005/60/EG en onverminderd lid 4 van het onderhavige artikel, mogen de lidstaten een juridische entiteit die geen overheidsinstantie of overheidsorgaan is, toch als een cliënt met een laag witwas- of terrorismefinancieringsrisico aanmerken, indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
a) de cliënt is een entiteit die financiële activiteiten verricht, die buiten het toepassingsgebied van artikel 2 van Richtlijn 2005/60/EG vallen, maar waarop de nationale wetgeving, overeenkomstig artikel 4 van die richtlijn, de bepalingen van die richtlijn van toepassing heeft verklaard;
b) de identiteit van de cliënt is openbaar toegankelijk, doorzichtig en ondubbelzinnig;
c) de cliënt is krachtens de nationale wetgeving onderworpen aan een vergunningsplicht voor de uitoefening van financiële activiteiten en de vergunning kan worden geweigerd indien de bevoegde autoriteiten niet ervan overtuigd zijn, dat de personen die het bedrijf van deze entiteit feitelijk leiden of zullen leiden, dan wel de uiteindelijke begunstigden van deze entiteit, betrouwbare en deskundige personen zijn;
d) de cliënt is onderworpen aan toezicht in de zin van artikel 37, lid 3, van Richtlijn 2005/60/EG door bevoegde autoriteiten ten aanzien van de naleving van de nationale wetgeving ter uitvoering van die richtlijn en, indien toepasselijk, van bijkomende verplichtingen uit hoofde van de nationale wetgeving;
e) de niet-naleving door de cliënt van de onder a) bedoelde verplichtingen is onderworpen aan doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, waaronder begrepen de mogelijkheid tot gepaste maatregelen of sancties van administratieve aard.
De in de eerste alinea, onder a), bedoelde entiteit omvat de dochterondernemingen, doch slechts voorzover de verplichtingen van Richtlijn 2005/60/EG op deze zelf van toepassing zijn verklaard.
Voor de toepassing van de eerste alinea, onder c), staan de activiteiten van de cliënt onder toezicht van de bevoegde autoriteiten. Onder toezicht moet in dit verband worden verstaan, maximale controlebevoegdheden met onder meer de mogelijkheid tot het verrichten van inspecties ter plaatse. Deze inspecties omvatten de controle van gedragslijnen, procedures, boeken en bestanden alsmede de controle door het nemen van steekproeven.
3. Voor de toepassing van artikel 11, lid 5, van Richtlijn 2005/60/EG en onverminderd lid 4 van het onderhavige artikel, mogen de lidstaten de onder die richtlijn vallende instellingen en personen toestaan, producten of de daarmee samenhangende transacties, aan te merken als producten of transacties met een laag witwas- of terrorismefinancieringsrisico indien deze aan alle volgende voorwaarden voldoen:
a) aan het product ligt een schriftelijk contract ten grondslag;
b) de samenhangende transacties worden verricht over een rekening van de cliënt bij een onder Richtlijn 2005/60/EG vallende kredietinstelling, of bij een kredietinstelling in een derde land dat eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die van genoemde richtlijn;
c) het product of de samenhangende transactie is niet anoniem en is van dien aard dat artikel 7, onder c), van Richtlijn 2005/60/EG tijdig kan worden toegepast;
d) voor het product geldt een vooraf bepaald maximumbedrag;
e) de voordelen uit het product of de samenhangende transactie kunnen niet worden gerealiseerd ten behoeve van derden, behoudens bij overlijden, invaliditeit, het bereiken van een vooraf bepaalde hoge leeftijd, of in soortgelijke gevallen;
f) in het geval van producten of samenhangende transacties waarbij geld wordt belegd in financiële activa of vorderingen, waaronder verzekeringen of andere soorten voorwaardelijke vorderingen:
i) kunnen de voordelen uit het product of de transactie alleen op lange termijn worden gerealiseerd;
ii) kan het product of de transactie niet als zekerheid worden gebruikt;
iii) worden tijdens de contractuele relatie geen versnelde betalingen gedaan, wordt geen gebruik gemaakt van afkoopbedingen en vindt geen voortijdige beëindiging plaats.
Voor de toepassing van de eerste alinea, onder d), gelden de drempels van artikel 11, lid 5, onder a), van Richtlijn 2005/60/EG voor verzekeringsovereenkomsten en soortgelijke spaarproducten. Onverminderd de derde alinea, geldt voor elk ander geval een maximumbedrag van 15 000 EUR. De lidstaten mogen van deze drempel afwijken in het geval van producten die verband houden met de financiering van materiële activa en waarbij voor het einde van de contractuele relatie de juridische en economische eigendom van de activa niet aan de klant overgaat, mits de drempel die de lidstaat voor de met dit soort producten samenhangende transacties heeft vastgesteld, niet hoger ligt dan 15 000 EUR per jaar, ongeacht of de transactie in één verrichting geschiedt of in meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan.
De lidstaten mogen van de in de eerste alinea, onder e) en f), gestelde criteria afwijken voor producten, waarvan de kenmerken door hun binnenlandse overheidsinstanties in het algemeen belang worden vastgesteld, die specifieke voordelen van de staat genieten in de vorm van bepaalde rechtstreekse overheidssubsidies of belastingvoordelen en waarvan het gebruik door die instanties wordt gecontroleerd, mits de voordelen uit het product slechts op lange termijn kunnen worden gerealiseerd en de voor de toepassing van de eerste alinea, onder d), vastgestelde drempel voldoende laag is. In voorkomend geval mag deze drempel worden vastgesteld als een jaarlijks maximumbedrag.
4. Wanneer de lidstaten beoordelen, of de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde cliënten of producten en transacties een laag witwas- of terrorismefinancieringsrisico meebrengen, besteden zij speciale aandacht aan elke activiteit van deze cliënten of aan elk soort product of elke transactie ten aanzien waarvan het door hun aard bijzonder waarschijnlijk mag worden geacht dat zij kunnen worden gebruikt of misbruikt voor het witwassen van geld of voor de financiering van terrorisme.
De lidstaten beschouwen de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde cliënten of producten en transacties niet als cliënten, producten of transacties met een laag witwas- of terrorismefinancieringsrisico, indien gegevens beschikbaar zijn die erop wijzen dat het risico mogelijk niet laag is.