Art. 2 Richtlijn 2005/60/EG
1. Deze richtlijn is van toepassing op:
1. kredietinstellingen;
2. financiële instellingen;
3. de volgende natuurlijke of rechtspersonen handelend in het kader van de uitoefening van hun beroepsactiviteiten:
a) bedrijfsrevisoren, externe accountants en belastingadviseurs;
b) notarissen en andere onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen wanneer zij deelnemen, hetzij door op te treden in naam en voor rekening van hun cliënt in enigerlei financiële of onroerendgoedtransactie, hetzij door het bijstaan bij het voorbereiden of uitvoeren van transacties voor hun cliënt in verband met:
i) de aan- en verkoop van onroerend goed of bedrijven;
ii) het beheren van diens geld, waardepapieren of andere activa;
iii) de opening of het beheer van bank-, spaar- of effectenrekeningen;
iv) het organiseren van inbreng die nodig is voor de oprichting, de exploitatie of het beheer van vennootschappen;
v) de oprichting, de exploitatie of het beheer van trusts, vennootschappen of soortgelijke structuren;
c) niet onder a) of b) vallende aanbieders van trust- of bedrijfsdiensten;
d) makelaars in onroerend goed;
e) andere natuurlijke of rechtspersonen die handelen in goederen doch slechts voorzover in contanten wordt betaald en wel voor een bedrag van 15 000 EUR of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in één verrichting of via meer verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan;
f) casino's.
2. De lidstaten kunnen beslissen dat natuurlijke en rechtspersonen die slechts occasioneel of in zeer beperkte mate financiële activiteiten ontplooien en wanneer het risico van witwassen of financiering van terrorisme beperkt is, niet onder het toepassingsgebied van artikel 3, leden 1 of 2 vallen.