Art. 2 Richtlijn 2006/70/EG, Politiek prominente personen
1. Voor de toepassing van artikel 3, punt 8, van Richtlijn 2005/60/EG vallen onder natuurlijke personen die een prominente publieke functie bekleden of bekleed hebben:
a) staatshoofden, regeringsleiders, ministers en staatssecretarissen;
b) parlementsleden;
c) leden van hooggerechtshoven, constitutionele hoven en andere hoge rechterlijke instanties die arresten wijzen waartegen doorgaans geen verder beroep mogelijk is, behalve in uitzonderlijke omstandigheden;
d) leden van rekenkamers of van directies van centrale banken;
e) ambassadeurs, zaakgelastigden en hoge legerofficieren;
f) leden van bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van overheidsbedrijven.
Middelbare of lagere ambtenaren vallen niet onder de in de eerste alinea, onder a) tot en met f), genoemde categorieën.
Onder de in de eerste alinea, onder a) tot en met e), genoemde categorieën vallen, waar toepasselijk, ook posten op Gemeenschapsniveau of internationaal niveau.
2. Voor de toepassing van artikel 3, punt 8, van Richtlijn 2005/60/EG behoren tot de directe familieleden:
a) de echtgenoot of echtgenote;
b) een partner die naar nationaal recht als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote wordt aangemerkt;
c) de kinderen en hun echtgenoten of partners;
d) de ouders.
3. Voor de toepassing van artikel 3, punt 8, van Richtlijn 2005/60/EG vallen onder de naaste geassocieerden:
a) een natuurlijke persoon van wie bekend is, dat deze met een in lid 1 genoemde persoon de gezamenlijke uiteindelijke begunstigde is van juridische entiteiten of juridische constructies of met genoemde persoon andere nauwe zakelijke relaties heeft;
b) een natuurlijke persoon die alleen de juridische begunstigde is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is, dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van de in lid 1 genoemde persoon.
4. Onverminderd de toepassing van verscherpte klantenonderzoeksprocedures naar gelang de risicogevoeligheid, zijn de in artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2005/60/EG genoemde instellingen en personen niet verplicht degenen die tenminste een jaar de uitoefening van de in lid 1 genoemde prominente publieke functie hebben beëindigd, als politiek prominent aan te merken.