Art. 5 Richtlijn 2006/49/EG
1. Een beleggingsonderneming die zelf geen transacties met financiële instrumenten voor eigen rekening verricht of emissies van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie overneemt, maar die geld en/of waardepapieren van cliënten onder zich houdt, moet een aanvangskapitaal van 125 000 EUR hebben als zij een of meer van de volgende diensten verricht:
a) het ontvangen en doorgeven van orders van beleggers met betrekking tot financiële instrumenten;
b) het uitvoeren van orders van beleggers met betrekking tot financiële instrumenten; of
c) het beheren van persoonlijke beleggingsportefeuilles van financiële instrumenten.
2. De bevoegde autoriteiten mogen beleggingsondernemingen die orders van beleggers met betrekking tot financiële instrumenten uitvoeren, toestaan deze instrumenten voor eigen rekening te houden mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) dergelijke posities zijn uitsluitend het resultaat van het feit dat de beleggingsonderneming niet bij machte is de ontvangen order exact af te sluiten;
b) de totale marktwaarde van al deze posities vertegenwoordigt niet meer dan 15 % van het aanvangskapitaal van de onderneming;
c) de onderneming voldoet aan de in de artikelen 18, 20 en 28 gestelde vereisten; en
d) deze posities hebben een incidenteel en voorlopig karakter en blijven strikt beperkt tot de tijd die voor de uitvoering van de bewuste transactie nodig is.
Het houden van posities in financiële instrumenten buiten de handelsportefeuille om eigen vermogen te beleggen, wordt niet beschouwd als het verrichten van transacties in de zin van lid 1 of voor de toepassing van lid 3.
3. De lidstaten mogen het in lid 1 gestelde bedrag tot 50 000 EUR verlagen indien de onderneming niet over een vergunning beschikt om geld of effecten van cliënten te houden, transacties voor eigen rekening te verrichten, of emissies met plaatsingsgarantie over te nemen.