Art. 2 Richtlijn 2006/49/EG
1. Met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 18, 20, 22 tot en met 32, 34 en 39 van deze richtlijn, zijn de artikelen 68 tot en met 73 van Richtlijn 2006/48/EG van overeenkomstige toepassing op beleggingsondernemingen. Bij de toepassing van de artikelen 70 tot en met 72 van Richtlijn 2006/48/EG op beleggingsondernemingen moet een verwijzing naar een moederkredietinstelling in een lidstaat steeds worden opgevat als een verwijzing naar een moederbeleggingsonderneming in een lidstaat en moet een verwijzing naar een EU-moederkredietinstelling steeds worden opgevat als een verwijzing naar een EU-moederbeleggingsonderneming.
Als de moederonderneming van een kredietinstelling een moederbeleggingsonderneming in een lidstaat is, gelden de vereisten op geconsolideerde basis overeenkomstig de artikelen 71 tot en met 73 van Richtlijn 2006/48/EG alleen voor die moederbeleggingsonderneming;
Als de moederonderneming van een beleggingsonderneming een moederkredietinstelling in een lidstaat is, gelden de vereisten op geconsolideerde basis overeenkomstig de artikelen 71 tot en met 73 van Richtlijn 2006/48/EG alleen voor die moederkredietinstelling.
Wanneer een financiële holding zowel een kredietinstelling als een beleggingsonderneming als dochterondernemingen heeft, gelden de vereisten op basis van de geconsolideerde financiële situatie van de financiële holding voor de kredietinstelling.
2. Wanneer een groep die onder lid 1 valt geen kredietinstelling omvat, is Richtlijn 2006/48/EG van toepassing, met inachtneming van het volgende:
a) verwijzingen naar „kredietinstellingen” worden steeds opgevat als verwijzingen naar „beleggingsondernemingen”;
b) in artikel 125 en artikel 140, lid 2, van Richtlijn 2006/48/EG gelden alle verwijzingen naar andere artikelen van dezelfde richtlijn als verwijzingen naar Richtlijn 2004/39/EG;
c) voor de toepassing van artikel 39, lid 3, van Richtlijn 2006/48/EG gelden de verwijzingen naar het Europees Comité voor het bankwezen als verwijzingen naar de Raad en de Commissie;
d) in afwijking van het bepaalde in artikel 140, lid 1, van Richtlijn 2006/48/EG wordt, wanneer een groep geen kredietinstelling omvat, de eerste zin van dat artikel als volgt gelezen: Indien een beleggingsonderneming, een financiële holding of een gemengde holding zeggenschap heeft over een of meer dochterondernemingen die verzekeringsondernemingen zijn, werken de bevoegde autoriteiten nauw samen met de autoriteiten die van overheidswege belast zijn met het toezicht op verzekeringsondernemingen.