Art. 3 Richtlijn 2006/49/EG

Richtlijn 2006/49/EG

1. Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:

a) „kredietinstellingen”: kredietinstellingen als omschreven in artikel 4, lid 1 van Richtlijn 2006/48/EG;

b) „beleggingsondernemingen”: alle instellingen als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2004/39/EG, waarop de vereisten uit hoofde van die richtlijn van toepassing zijn, met uitzondering van:

i) kredietinstellingen;

ii) plaatselijke ondernemingen als omschreven onder p); en

iii) ondernemingen die alleen een vergunning hebben om de dienst beleggingsadvies te verrichten en/of orders van beleggers te ontvangen en door te geven, zonder dat zij aan hun cliënten toebehorende gelden en/of effecten aanhouden, waardoor zij jegens hun cliënten nooit in een debiteurspositie kunnen verkeren;

c) „instellingen”: kredietinstellingen en beleggingsondernemingen;

d) „erkende beleggingsondernemingen uit een derde land”: ondernemingen die aan de volgende voorwaarden voldoen:

i) ondernemingen die, indien zij in de Gemeenschap waren gevestigd, onder de definitie van beleggingsonderneming zouden vallen;

ii) ondernemingen waaraan vergunning is verleend in een derde land; en

iii) ondernemingen die onderworpen zijn en zich houden aan voorschriften inzake bedrijfseconomisch toezicht welke door de bevoegde autoriteiten als minstens even streng als de voorschriften van deze richtlijn worden beschouwd;

e) „financiële instrumenten”: een overeenkomst die leidt tot zowel een financieel actief bij een partij als een financiële verplichting of eigen-vermogensinstrument bij een andere partij;

f) „moederbeleggingsonderneming in een lidstaat”: een beleggingsonderneming, die een instelling of een financiële instelling als dochteronderneming heeft of die een deelneming in dergelijke entiteiten bezit, en die zelf geen dochteronderneming is van een andere instelling waaraan in dezelfde lidstaat vergunning is verleend of van een financiële holding die in de betrokken lidstaat is gevestigd;

g) „EU-moederbeleggingsonderneming”: een moederbeleggingsonderneming in een lidstaat, die geen dochteronderneming is van een instelling waaraan in een lidstaat vergunning is verleend of van een financiële holding die in de betrokken lidstaat is gevestigd;

h) „afgeleide OTC („over-the-counter”)-instrumenten”: posten vallend onder de lijst in bijlage IV van Richtlijn 2006/48/EG, met uitzondering van die posten waaraan overeenkomstig het bepaalde in bijlage III, deel 2, punt 6, van die richtlijn een positiewaarde van nul is toegekend;

i) „gereglementeerde markt”: markt als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 14, van Richtlijn 2004/39/EG;

j) „converteerbaar waardepapier”: een waardepapier dat naar keuze van de houder tegen een ander waardepapier kan worden ingeruild;

k) „warrant”: een waardepapier dat de houder het recht geeft tot of op het einde van de looptijd van de warrant tegen een vastgestelde prijs een onderliggende waarde te kopen en dat kan worden afgewikkeld door levering van de onderliggende waarde zelf of door afwikkeling in contanten;

l) „voorraadfinanciering”: posities waarbij fysieke voorraden op termijn verkocht worden en de financieringskosten tot de datum van de termijnverkoop zijn vastgelegd;

m) „retrocessieovereenkomst” en „omgekeerde retrocessieovereenkomst”: een overeenkomst waarbij een instelling of haar tegenpartij effecten of grondstoffen, of gegarandeerde rechten betreffende de eigendom van effecten of grondstoffen overdraagt, mits die garantie is gegeven door een erkende beurs die houder is van de rechten betreffende de effecten of grondstoffen, en de overeenkomst een instelling niet toestaat een bepaald effect of een bepaalde grondstof aan meer dan één tegenpartij tegelijkertijd over te dragen of in pand te geven, onder de verbintenis deze effecten of grondstoffen — of vervangende effecten of grondstoffen met dezelfde kenmerken — tegen een vastgestelde prijs op een door de overdragende instelling bepaald of te bepalen tijdstip in de toekomst terug te kopen, wordt aangemerkt als een „retrocessieovereenkomst” voor de instelling die de effecten of grondstoffen verkoopt, en een „omgekeerde retrocessieovereenkomst” voor de instelling die de effecten of grondstoffen koopt;

n) „verstrekte effecten- of grondstoffenlening” en „opgenomen effecten- of grondstoffenlening”: een transactie waarbij een instelling of haar tegenpartij effecten of grondstoffen overdraagt tegen een passende zekerheid, onder de verbintenis dat de leningnemer op een tijdstip in de toekomst of wanneer de overdragende instelling daarom verzoekt, gelijkwaardige effecten of grondstoffen teruglevert, wordt aangemerkt als een „verstrekte effecten- of grondstoffenlening” voor de instelling die de effecten of grondstoffen overdraagt, en een „opgenomen effecten- of grondstoffenlening” voor de instelling waaraan de effecten of grondstoffen worden overgedragen;

o) „clearing member”: een lid van de beurs en/of van de clearinginstelling dat met de centrale tegenpartij („market guarantor”) een rechtstreekse contractuele verhouding heeft;

p) „plaatselijke onderneming”: een onderneming die op de markten voor financiële futures, voor opties of voor andere afgeleide instrumenten en op de contante markten, uitsluitend om posities op markten voor afgeleide instrumenten af te dekken, voor eigen rekening of voor rekening van andere leden van die markten handelt, en die door clearing members van dezelfde markten wordt gegarandeerd, waarbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de door dergelijke ondernemingen gesloten contracten berust bij clearing members van dezelfde markten;

q) „delta”: de verwachte verandering van een optieprijs als evenredig deel van een geringe verandering in de prijs van het aan de optie onderliggende instrument;

r) „eigen vermogen”: het eigen vermogen als omschreven in Richtlijn 2006/48/EG; en

s) „kapitaal”: het eigen vermogen.

Voor de uitoefening van het toezicht op geconsolideerde basis omvat het begrip „beleggingsonderneming” ook beleggingsondernemingen uit derde landen.

Voor de toepassing van het bepaalde onder e) omvat het begrip „financiële instrumenten” zowel primaire financiële instrumenten, of met contanten vergelijkbare instrumenten, als financiële derivaten waarvan de waarde is afgeleid van de prijs van een onderliggend financieel instrument, een rentevoet of een index, of van de prijs van een andere onderliggende post, en ten minste de instrumenten vermeld in bijlage I, deel C, van Richtlijn 2004/39/EG.

2. De begrippen „moederonderneming”, „dochteronderneming”, „onderneming voor het beheer van het vermogen” en „financiële instelling” omvatten ondernemingen gedefinieerd in artikel 4 van Richtlijn 2006/48/EG.

De begrippen „financiële holding”, „financiële moederholding in een lidstaat”, „financiële EU-moederholding” en „onderneming die nevendiensten verricht” omvatten ondernemingen gedefinieerd in artikel 4 van Richtlijn 2006/48/EG, met dien verstande dat verwijzingen naar kredietinstellingen gelden als verwijzingen naar instellingen.

3. Voor de toepassing van Richtlijn 2006/48/EG op onder artikel 2, lid 1, vallende groepen die geen kredietinstelling omvatten, gelden de volgende definities:

a) een „financiële holding” is een financiële instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk beleggingsondernemingen of andere financiële instellingen zijn, van dewelke er ten minste één een beleggingsonderneming is, en die geen gemengde financiële holding is in de zin van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullend toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat (9);

b) een „gemengde holding” is een moederonderneming die geen financiële holding, beleggingsonderneming of gemengde financiële holding in de zin van Richtlijn 2002/87/EG is en die onder haar dochterondernemingen ten minste één beleggingsonderneming telt; en

c) „bevoegde autoriteiten” zijn de nationale autoriteiten die op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen bevoegd zijn om op beleggingsondernemingen toezicht uit te oefenen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen