Art. 78 Richtlijn 2006/48/EG
1. Onverminderd lid 2 is de vorderingswaarde van een actief de balanswaarde ervan en is de vorderingswaarde van een in bijlage II vermelde post buiten de balanstelling het volgende percentage van de waarde ervan: 100 % bij een post met een volledig risico, 50 % bij een post met een middelgroot risico, 20 % bij een post met een middelgroot/laag risico en 0 % bij een post met een laag risico. De in de eerste zin genoemde posten buiten de balanstelling worden ondergebracht in de risicocategorieën zoals aangegeven in bijlage II. Als een kredietinstelling krachtens bijlage VIII, deel 3, de uitgebreide benadering van financiële zekerheden (financial collateral comprehensive method) hanteert, wordt wanneer de vorderingen de vorm nemen van effecten of grondstoffen die in het kader van een repo, een transactie inzake opgenomen of verstrekte effecten- of grondstoffenleningen of een margeleningstransactie worden verkocht, gedeponeerd of verstrekt, de vorderingswaarde verhoogd met de volatiliteitsaanpassing die op deze effecten of grondstoffen is afgestemd overeenkomstig bijlage VIII, deel 3, punten 34 tot en met 59.
2. Voor de bepaling van de vorderingswaarde van een in bijlage IV vermeld afgeleid instrument wordt bijlage III gehanteerd, waarbij voor de toepassing van deze methoden op basis van bijlage III rekening wordt gehouden met de gevolgen van schuldvernieuwingsovereenkomsten en andere verrekeningsovereenkomsten. De vorderingswaarde van repo's, transacties inzake verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen, transacties met afwikkeling op lange termijn en margeleningstransacties kan worden bepaald overeenkomstig bijlage III of bijlage VIII.
3. Als een vordering door een volgestorte kredietprotectie is gegarandeerd, mag de waarde van deze post op basis van onderafdeling 3 worden aangepast.
4. Onverminderd lid 2 wordt de vorderingswaarde van uitstaande kredietrisico's, zoals bepaald door de bevoegde autoriteiten, met een centrale tegenpartij bepaald overeenkomstig bijlage III, deel 2, punt 6, op voorwaarde dat het tegenpartijkredietrisico van de centrale tegenpartij ten aanzien van alle deelnemers in haar regelingen dagelijks volledig door zekerheden wordt gedekt.