Art. 64 Richtlijn 2006/48/EG
1. De aansprakelijkheidsverplichtingen van de leden van de in artikel 57, onder g), bedoelde kredietinstellingen met de rechtsvorm van coöperatieve vereniging, omvatten het niet-gestorte kapitaal van deze verenigingen en de statutaire verplichting van de leden van deze coöperatieve verenigingen tot het doen van aanvullende niet-terugbetaalbare stortingen wanneer de kredietinstelling verlies lijdt. In dat geval dienen de stortingen onmiddellijk gevorderd te kunnen worden.
Met de hiervoor bedoelde bestanddelen worden gelijkgesteld de hoofdelijke verplichtingen van de leningnemers in het geval van als fonds georganiseerde kredietinstellingen.
Al deze bestanddelen kunnen in het eigen vermogen worden opgenomen, voorzover zij overeenkomstig de nationale wetgeving tot het eigen vermogen van dit soort instellingen worden gerekend.
2. De lidstaten mogen garanties die zij of hun autoriteiten aan openbare kredietinstellingen verlenen, niet tot het eigen vermogen van deze kredietinstellingen rekenen.
3. De lidstaten of de bevoegde autoriteiten mogen de in artikel 57, onder h), bedoelde cumulatief preferente aandelen met een vaste looptijd, alsmede de aldaar bedoelde achtergestelde leningen in het eigen vermogen opnemen, indien er bindende overeenkomsten bestaan volgens welke deze leningen in geval van faillissement of liquidatie van de kredietinstelling worden achtergesteld bij de vorderingen van alle andere crediteuren en eerst worden terugbetaald nadat alle andere op dat tijdstip opeisbare schulden zijn voldaan.
De achtergestelde leningen moeten aan de volgende aanvullende criteria voldoen:
a) alleen de daadwerkelijk gestorte middelen worden in aanmerking genomen;
b) de betrokken middelen hebben een oorspronkelijke looptijd van ten minste vijf jaar, waarna terugbetaling mogelijk is;
c) de hoogte tot welke zij kunnen worden gerekend tot het eigen vermogen zal geleidelijk worden verlaagd gedurende ten minste de vijf jaar die voorafgaan aan de datum van de terugbetaling; en
d) de leningovereenkomst bevat geen bepalingen krachtens welke de lening in bepaalde omstandigheden, andere dan de liquidatie van de kredietinstelling, vóór de overeengekomen datum moet worden terugbetaald.
Voor de toepassing van lid 2, onder b), zijn, indien de looptijd van de schuld onbepaald is, de betrokken leningen slechts terugbetaalbaar mits opzeggingstermijn van vijf jaar, tenzij zij niet langer als eigen vermogen worden beschouwd, of tenzij voor vervroegde terugbetaling uitdrukkelijk voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten is vereist. De bevoegde autoriteiten kunnen toestemming verlenen voor vervroegde terugbetaling van dergelijke leningen, mits het initiatief hiertoe uitgaat van de kredietnemer en de solvabiliteit van de kredietinstelling onaangetast blijft.
4. Kredietinstellingen nemen niet in hun eigen vermogen op: de reserves voor de waarde in het economisch verkeer („reële waarde”) in verband met winsten of verliezen op kasstroomafdekkingstransacties van financiële instrumenten gewaardeerd tegen de aanschaffingswaarde verminderd met de afschrijvingen, alsmede in verband met de door veranderingen in hun eigen kredietwaardigheid ontstane winsten of verliezen op de tegen de reële waarde gewaardeerde verplichtingen.