Art. 63 Richtlijn 2006/48/EG

Richtlijn 2006/48/EG

1. Het door een lidstaat gebruikte begrip „eigen vermogen” kan andere bestanddelen inhouden, mits deze, ongeacht hun wettelijke of boekhoudkundige benamingen, de volgende kenmerken bezitten:

a) zij staan ter vrije beschikking van de kredietinstelling ter dekking van de normale risico's van het bankbedrijf, indien de verliezen of de waardeverminderingen nog niet zijn vastgesteld;

b) het bestaan ervan blijkt uit de interne rekeningen; en

c) het betrokken bedrag wordt vastgesteld door de directie van de kredietinstelling, gecontroleerd door onafhankelijke accountants, ter kennis gebracht aan de bevoegde autoriteiten en aan hun toezicht onderworpen.

2. Als andere bestanddelen kunnen ook worden aanvaard schuldtitels met een onbepaalde looptijd en andere financieringsinstrumenten die aan de volgende voorwaarden voldoen:

a) zij kunnen niet worden terugbetaald op initiatief van de houder of zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit;

b) de schuldovereenkomst moet bepalen dat de kredietinstelling de betaling van rente over de schuld mag uitstellen;

c) de vorderingen van de leninggever op de leningnemende kredietinstelling moeten volledig achtergesteld zijn bij die van alle niet-achtergestelde crediteuren:

d) de documenten inzake de uitgifte van de schuldtitels moeten bepalen, dat schuld en niet-betaalde rente gebruikt kunnen worden om verliezen op te vangen, terwijl de kredietinstelling haar werkzaamheden kan voortzetten; en

e) alleen de daadwerkelijk gestorte bedragen worden in aanmerking genomen.

Bij deze schuldtitels en andere financieringsinstrumenten komen nog andere cumulatief preferente aandelen dan die bedoeld in artikel 57, onder h).

3. Bij kredietinstellingen die de risicogewogen posten op basis van afdeling 3, onderafdeling 2, berekenen, kunnen de positieve bedragen die de uitkomst zijn van de berekening op basis van bijlage VII, deel 1, punt 36, tot maximaal 0,6 % van de risicogewogen posten zoals berekend op basis van onderafdeling 2, worden aanvaard als andere bestanddelen. Bij deze kredietinstellingen worden waardecorrecties en voorzieningen in de berekening als bedoeld in bijlage VII, afdeling 3, deel 1, punt 36, en waardecorrecties en voorzieningen voor vorderingen als bedoeld in artikel 57, onder e), alleen op basis van dit lid opgenomen in het eigen vermogen. Daartoe worden bij de risicogewogen posten niet de posten meegeteld die zijn berekend voor securitisatieposities met een risicogewicht van 1 250 %.