Art. 153 Richtlijn 2006/48/EG
De bevoegde autoriteiten van de lidstaten mogen tot 31 december 2012 ermee akkoord gaan dat aan posities die verband houden met transacties inzake onroerende financieringshuur (leasing) van kantoren of andere panden voor handelsdoeleinden op hun grondgebied en die voldoen aan de criteria van bijlage VI, deel 1, punt 54, bij de berekening van risicogewogen posten een risicogewicht van 50 % wordt toegekend en de punten 55 en 56 van bijlage VI, deel 1, niet in aanmerking worden genomen.
Tot 31 december 2010 mogen de bevoegde autoriteiten, als voor de toepassing van bijlage VI het gegarandeerde gedeelte van een achterstallige lening moet worden bepaald, andere zekerheden in aanmerking nemen dan die welke op grond van de artikelen 90 tot en met 93 aanvaard mogen worden.
Bij de berekening van risicogewogen posten voor de toepassing van bijlage VI, deel 1, punt 4 wordt tot 31 december 2012 aan vorderingen op de centrale regeringen of centrale banken van de lidstaten luidende en gefinancierd in de binnenlandse munteenheid van een lidstaat hetzelfde risicogewicht toegepast als zou worden toegekend op dergelijke vorderingen luidende en gefinancierd in hun nationale munteenheid.