Art. 150 Richtlijn 2006/48/EG
1. Onverminderd het voorstel dat de Commissie ingevolge artikel 62 zal indienen, worden wat betreft het eigen vermogen de op de onderstaande gebieden aan te brengen technische aanpassingen vastgesteld volgens de procedure van artikel 151, lid 2:
a) verduidelijking van de definities om bij de toepassing van de onderhavige richtlijn rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten;
b) verduidelijking van de definities teneinde een eenvormige toepassing van deze richtlijn te waarborgen;
c) aanpassing van de terminologie en van de verwoording van de definities aan latere richtlijnen inzake kredietinstellingen en aanverwante onderwerpen;
d) technische aanpassingen aan de lijst van artikel 2;
e) wijziging van het bedrag van het in artikel 9 vereiste aanvangskapitaal om rekening te houden met de economische en monetaire ontwikkelingen;
f) uitbreiding van de in de artikelen 23 en 24 bedoelde lijst in bijlage I of aanpassing van de terminologie van de lijst om rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten;
g) de in artikel 42 genoemde gebieden waarop de bevoegde autoriteiten gegevens moeten uitwisselen;
h) technische aanpassingen in de artikelen 56 tot en met 67 en in artikel 74 als gevolg van ontwikkelingen op het gebied van standaarden voor of eisen aan jaarrekeningen die rekening houden met de Gemeenschapswetgeving, of met het oog op de convergentie van toezichtspraktijken;
i) wijziging van de lijst van categorieën vorderingen in de artikelen 79 en 86 om rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten;
j) het in artikel 79, lid 2, onder c), artikel 86, lid 4, onder a), bijlage VII, deel 1, punt 5 en bijlage VII, deel 2, lid 15 bedoelde bedrag om rekening te houden met de gevolgen van inflatie;
k) de lijst en de indeling van de posten buiten de balanstelling in de bijlagen II en IV en hun behandeling bij de vaststelling van de waarde van de posten voor de toepassing van titel V, hoofdstuk 2, afdeling 3; of
l) aanpassing van de bijlagen V tot en met VII om rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten (met name nieuwe financiële producten) en op het gebied van standaarden voor of eisen aan jaarrekeningen die rekening houden met de Gemeenschapswetgeving, of met het oog op de convergentie van toezichtspraktijken.
2. De Commissie kan volgens de procedure van artikel 151, lid 2, de volgende uitvoeringsmaatregelen vaststellen:
a) zij kan een nadere invulling geven aan de omvang van plotselinge, onverwachte veranderingen in de rentetarieven als bedoeld in artikel 124, lid 5;
b) een tijdelijke verlaging van het in artikel 75 vastgestelde minimum niveau van het eigen vermogen en/of van de in titel V, hoofdstuk 2, afdeling 3, vastgestelde risicogewichten om rekening te houden met specifieke omstandigheden;
c) onverminderd het in artikel 119 bedoelde verslag, verduidelijking van de vrijstellingen genoemd in artikel 111, lid 4, en de artikelen 113, 115 en 116;
d) een nadere invulling van de voornaamste aspecten waarover ingevolge artikel 144, lid 1, onder d), geaggregeerde statistische gegevens dienen te worden geleverd; of
e) een nadere invulling van het formaat, de structuur, de inhoud en de jaarlijkse publicatiedatum van de in artikel 144 bedoelde informatie.
3. Geen enkele vastgestelde uitvoeringsmaatregel mag verandering brengen in de essentiële bepalingen van deze richtlijn.
4. Onverminderd de reeds vastgestelde uitvoeringsmaatregelen, wordt de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn die overeenkomstig lid 2 de vaststelling vereisen van technische voorschriften, wijzigingen en besluiten opgeschort na afloop van een periode van twee jaar volgend op de aanneming van deze richtlijn en uiterlijk op 1 april 2008. Het Europees Parlement en de Raad kunnen, op voorstel van de Commissie, de desbetreffende bepalingen verlengen volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag, en hiervoor dienen zij deze bepalingen opnieuw te bezien voordat de bovengenoemde periode verstrijkt en uiterlijk op de bovenvermelde datum.