Art. 13 Richtlijn 2005/60/EG

Richtlijn 2005/60/EG

1. De lidstaten vereisen dat de onder deze richtlijn vallende instellingen en personen al naar gelang de risicogevoeligheid, bovenop de in artikel 7, artikel 8 en artikel 9, lid 6, omschreven maatregelen, verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen treffen in situaties die omwille van hun aard een hoger risico op witwassen of financiering van terrorisme kunnen vertegenwoordigen en ten minste voor de situaties bepaald in de leden 2, 3, 4 en voor iedere andere situatie die volgens de overeenkomstig artikel 40, lid 1, onder c), vastgestelde technische criteria een hoog risico op witwassen van geld of financiering van terrorisme meebrengt.

2. Wanneer de cliënt niet fysiek aanwezig was voor de identificatie, vereisen de lidstaten dat voornoemde instellingen en personen specifieke en adequate maatregelen nemen om het hogere risico te compenseren, door bijvoorbeeld een of meer van de volgende maatregelen toe te passen:

a) het waarborgen dat de identiteit van de cliënt aan de hand van aanvullende documenten, gegevens of informatie wordt vastgesteld;

b) aanvullende maatregelen om de overgelegde documenten te verifiëren of te certificeren, dan wel vereisen van een tot bevestiging strekkende certificatie van een onder deze richtlijn vallende kredietinstelling of financiële instelling;

c) waarborgen dat de eerste betaling van de verrichting geschiedt via een rekening die op naam van de cliënt bij een kredietinstelling is geopend.

3. Wat grensoverschrijdende correspondentbankrelaties met respondente instellingen uit derde landen betreft, vereisen de lidstaten van hun kredietinstellingen dat zij:

a) voldoende informatie over de betrokken respondente instelling verzamelen om een volledig beeld te krijgen van de aard van de bedrijfsactiviteiten van deze respondenten, en op basis van openbaar beschikbare informatie de reputatie van de instelling en de kwaliteit van het toezicht bepalen;

b) de controles ter bestrijding van witwassen en financiering van terrorisme van de respondente instelling beoordelen;

c) toestemming verkrijgen van de hoge bedrijfsleiding (senior management) voordat zij nieuwe correspondentbankrelaties aangaan;

d) de respectieve verantwoordelijkheden van elke instelling schriftelijk vastleggen;

e) met betrekking tot transitrekeningen („payable-through accounts”) zich ervan vergewissen dat de respondente kredietinstelling de identiteit heeft geverifieerd van en doorlopende doorlichting toepast ten aanzien van de cliënten die rechtstreeks toegang hebben tot de correspondentrekeningen en dat zij in staat is om op verzoek de relevante cliëntgegevens te verstrekken aan de correspondente instelling.

4. Wat de transacties of zakelijke relaties met politiek prominente personen betreft, die in een andere lidstaat of in een derde land wonen, vereisen de lidstaten van de onder deze richtlijn vallende instellingen en personen dat zij:

a) over passende op risico gebaseerde procedures beschikken om uit te maken of een cliënt een politiek prominente persoon is;

b) toestemming hebben van de hoge bedrijfsleiding om zakelijke relaties met dergelijke cliënten aan te gaan;

c) adequate maatregelen nemen om de bron van het vermogen en van de fondsen vast te stellen die bij de zakelijke relatie of transactie worden gebruikt;

d) de zakelijke relatie doorlopend verscherpt controleren.

5. De lidstaten verbieden kredietinstellingen een correspondentbankrelatie aan te gaan of handhaven met een „shell bank” en vereisen dat kredietinstellingen passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat zij geen correspondentbankrelaties aangaan of handhaven met een bank waarvan bekend is dat deze een shell bank toestaat van haar rekeningen gebruik te maken.

6. De lidstaten zien erop toe dat de onder deze richtlijn vallende instellingen en personen bijzonder waakzaam zijn voor elke dreiging van witwassen of financiering van terrorisme die kan voortvloeien van producten of transacties die anonimiteit in de hand kunnen werken, en indien nodig maatregelen nemen om te voorkomen dat van deze producten of transacties gebruik wordt gemaakt voor witwas- of terrorismefinancieringsdoeleinden.