Art. 16 Richtlijn 2005/60/EG
1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder „derden” het volgende verstaan: in artikel 2 opgesomde instellingen en personen, of gelijkwaardige in een derde land gevestigde instellingen en personen, die aan de volgende vereisten voldoen:
a) zij zijn onderworpen aan een verplichte professionele registratie, erkend bij wet;
b) zij passen klantenonderzoeksvereisten en vereisten betreffende de bewaring van bewijsstukken toe welke overeenkomen met of gelijkwaardig zijn aan die voorgeschreven bij deze richtlijn en op de naleving van de voorschriften van deze richtlijn toezicht wordt uitgeoefend overeenkomstig afdeling 2 van hoofdstuk V, of zij bevinden zich in een derde land dat eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die vervat in deze richtlijn.
2. Lidstaten stellen elkaar en de Commissie in kennis van de gevallen waarin zij van mening zijn dat een derde land voldoet aan de in lid 1, onder b), gestelde voorwaarden.