Art. 11 Richtlijn 2005/60/EG
1. In afwijking van artikel 7, onder a), b) en d), artikel 8 en artikel 9, lid 1, zijn de onder deze richtlijn vallende instellingen en personen niet aan de in die artikelen bedoelde voorschriften onderworpen indien de cliënt een onder deze richtlijn vallende kredietinstelling of financiële instelling is, dan wel een kredietinstelling of financiële instelling die gevestigd is in een derde land dat eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die vervat in deze richtlijn en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften.
2. In afwijking van artikel 7, onder a, b) en d), artikel 8 en artikel 9, lid 1, kunnen de lidstaten de onder deze richtlijn vallende instellingen en personen toestaan geen klantenonderzoek toe te passen ten aanzien van:
a) beursgenoteerde vennootschappen waarvan de effecten in een of meer lidstaten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van Richtlijn 2004/39/EG en beursgenoteerde vennootschappen uit derde landen welke onderworpen zijn aan openbaarmakingsvereisten die in overeenstemming zijn met de Gemeenschapswetgeving;
b) uiteindelijke begunstigden van gezamenlijke rekeningen aangehouden door notarissen en andere onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen uit de lidstaten, of uit derde landen mits laatstgenoemde personen onderworpen zijn aan verplichtingen ter bestrijding van witwassen van geld en financiering van terrorisme die stroken met de internationale normen en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van deze verplichtingen en mits de informatie over de identiteit van de uiteindelijke begunstigde op verzoek beschikbaar is voor de instellingen die optreden als depositaris van de gezamenlijke rekeningen;
c) binnenlandse overheidsinstanties;
of voor iedere andere cliënt die volgens de overeenkomstig artikel 40, lid 1, onder b), vastgestelde technische criteria een laag risico op witwassen van geld of financiering van terrorisme vertegenwoordigt.
3. In de gevallen beoogd in de leden 1 en 2 verzamelen de onder deze richtlijn vallende instellingen en personen in elk geval voldoende gegevens om vast te stellen of de cliënt voor de in die leden genoemde vrijstellingen in aanmerking komt.
4. De lidstaten stellen elkaar en de Commissie in kennis van de gevallen waarin zij van mening zijn dat een derde land voldoet aan de in leden 1 en 2 bepaalde voorwaarden of van andere situaties die voldoen aan de overeenkomstig artikel 40, lid 1, onder b), vastgestelde technische criteria.
5. In afwijking van artikel 7, onder a), b en d), artikel 8 en artikel 9, lid 1, kunnen de lidstaten de onder deze richtlijn vallende instellingen en personen toestaan geen klantenonderzoeksprocedures toe te passen ten aanzien van:
a) levensverzekeringsovereenkomsten wanneer het bedrag van de te betalen jaarlijkse premie 1 000 EUR of minder bedraagt, of wanneer het bedrag van de eenmalige premie 2 500 EUR of minder beloopt;
b) pensioenverzekeringsovereenkomsten, mits deze overeenkomsten geen afkoopclausule omvatten en niet als waarborg voor een lening kunnen worden gebruikt;
c) een pensioenstelsel, een pensioenfonds of een soortgelijk stelsel dat pensioenen uitkeert aan werknemers, waarbij de bijdragen worden ingehouden op het loon en de regels van het stelsel de deelnemers niet toestaan hun rechten uit hoofde van het stelsel over te dragen;
d) elektronisch geld als omschreven in artikel 1, lid 3, onder b), van Richtlijn 2000/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het bedrijfseconomisch toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld (16), waarbij, indien de elektronische drager niet kan worden heropgeladen, het maximumbedrag dat op de drager is opgeslagen niet meer dan 150 EUR bedraagt; of, indien de drager kan worden heropgeladen, een limiet van 2 500 EUR geldt voor het totaalbedrag van de transacties die in een kalenderjaar worden verricht, behalve indien de houder een bedrag van 1 000 EUR of meer in datzelfde kalenderjaar heeft laten terugbetalen, als bedoeld in artikel 3 van Richtlijn 2000/46/EG,
of voor ieder ander product of iedere andere transactie die volgens de overeenkomstig artikel 40, lid 1, onder b), vastgestelde technische criteria een laag risico op witwassen van geld of financiering van terrorisme vertegenwoordigt.