Art. 9 Richtlijn 2005/60/EG
1. De lidstaten schrijven voor dat de verificatie van de identiteit van de cliënt en de uiteindelijke begunstigde plaatsvindt vóór het aangaan van een zakelijke relatie of het uitvoeren van een transactie.
2. In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten toestaan dat de verificatie van de identiteit van de cliënt en de uiteindelijke begunstigde wordt voltooid tijdens het aangaan van een zakelijke relatie indien dit noodzakelijk is om de normale gang van zaken niet te verstoren en indien er weinig risico op witwassen of financiering van terrorisme bestaat. In dergelijke situaties worden deze procedures zo spoedig mogelijk na het eerste contact voltooid.
3. In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen de lidstaten met betrekking tot de levensverzekeringsbranche toestaan dat de verificatie van de identiteit van de begunstigde van de polis plaatsvindt nadat de zakelijke relatie is aangegaan. In alle dergelijke gevallen dient de verificatie plaats te vinden op of vóór het tijdstip van uitbetaling of op of vóór het tijdstip waarop de begunstigde zijn rechten krachtens de polis wil uitoefenen.
4. Bij wijze van uitzondering op de leden 1 en 2 kunnen de lidstaten toestaan dat een bankrekening wordt geopend, mits er adequate waarborgen zijn getroffen die garanderen dat er door de cliënt of namens de cliënt geen transacties worden verricht voordat er sprake is van volledige naleving van de hierboven vermelde bepalingen.
5. De lidstaten vereisen dat wanneer de betrokken instelling of persoon niet bij machte is aan artikel 8, lid 1, onder a), b) en c), te voldoen, deze geen transacties via een bankrekening mag verrichten, geen zakelijke relatie mag aangaan of de transactie niet mag uitvoeren, dan wel de zakelijke relatie moet beëindigen, en moet overwegen overeenkomstig artikel 22 een melding in verband met de cliënt bij de FIE in te dienen.
De lidstaten zijn niet verplicht om voorgaande alinea toe te passen op notarissen, onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen, bedrijfsrevisoren, externe accountants en belastingadviseurs wanneer zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen dan wel hem in of in verband met een rechtsgeding verdedigen of vertegenwoordigen, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.
6. De lidstaten vereisen dat de onder deze richtlijn vallende instellingen en personen de klantenonderzoeksprocedures niet alleen op alle nieuwe cliënten moeten toepassen, maar te gepasten tijde ook op bestaande cliënten naar gelang van de risicogevoeligheid van deze cliënten.