Art. 25 Verordening (EG) nr. 2007/2004, Taken en bevoegdheden van de uitvoerend directeur
Verordening (EG) nr. 2007/2004
1. Het agentschap wordt geleid door zijn uitvoerend directeur, die volledig onafhankelijk is in de uitoefening van zijn taken. Onverminderd de respectieve bevoegdheden van de Commissie, de raad van bestuur en het uitvoerend bureau, mag de uitvoerend directeur van geen enkele regering of van enige andere instantie instructies vragen of aanvaarden.
2. Het Europees Parlement of de Raad kan de uitvoerend directeur van het agentschap verzoeken om verslag uit te brengen over de wijze waarop hij zijn taken heeft uitgevoerd.
3. De uitvoerend directeur heeft de volgende functies en bevoegdheden:
a) hij bereidt de door de raad van bestuur van het agentschap goedgekeurde besluiten, programma's en activiteiten voor en voert ze uit binnen de grenzen die in deze verordening en de uitvoeringsbepalingen ervan en in enig toepasselijk recht zijn vastgesteld;
b) hij neemt alle noodzakelijke stappen, waaronder de vaststelling van interne administratieve instructies en de bekendmaking van mededelingen, om het functioneren van het agentschap in overeenstemming met het bepaalde in deze verordening te waarborgen;
c) hij stelt elk jaar een ontwerp-werkprogramma en een activiteitenverslag op en legt deze voor aan de raad van bestuur;
d) hij oefent ten aanzien van het personeel de in artikel 17, lid 2, bedoelde bevoegdheden uit;
e) hij stelt overeenkomstig artikel 29 ramingen van de ontvangsten en uitgaven van het agentschap op en voert de begroting uit overeenkomstig artikel 30;
f) hij kan, met inachtneming van het overeenkomstig artikel 20, lid 2, onder g), vast te stellen reglement van orde, zijn bevoegdheden aan andere personeelsleden van het agentschap delegeren.
4. De uitvoerend directeur legt aan de raad van bestuur verantwoording af over zijn werkzaamheden.