Art. 20 Verordening (EG) nr. 2007/2004, Instelling en bevoegdheden van de raad van bestuur
Verordening (EG) nr. 2007/2004
1. Het agentschap heeft een raad van bestuur.
2. De raad van bestuur:
a) benoemt overeenkomstig artikel 26 de uitvoerend directeur op voorstel van de Commissie;
b) keurt vóór 31 maart van elk jaar het algemene verslag van het agentschap over het voorafgaande jaar goed en zendt het uiterlijk op 15 juni toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Rekenkamer. Het algemene verslag wordt openbaar gemaakt;
c) stelt vóór 30 september van elk jaar, na advies van de Commissie, met een meerderheid van drievierde van zijn stemgerechtigde leden het werkprogramma van het agentschap voor het komende jaar vast en zendt het toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie; de vaststelling van het werkprogramma geschiedt in overeenstemming met de jaarlijkse begrotingsprocedure van de Gemeenschap en het wetgevingsprogramma van de Gemeenschap op de betrokken gebieden van het beheer van de buitengrenzen;
d) stelt procedures vast voor het nemen van besluiten in verband met de operationele taken van het agentschap door de uitvoerend directeur;
e) verricht zijn taken met betrekking tot de begroting van het agentschap overeenkomstig artikel 28, artikel 29, leden 5, 9 en 11, artikel 30, lid 5, en artikel 32;
f) treedt als tuchtinstantie op ten aanzien van de uitvoerend directeur en, in overleg met deze, ten aanzien van de plaatsvervangend uitvoerend directeur;
g) stelt zijn reglement van orde vast;
h) bepaalt de organisatorische structuur van het agentschap en stelt het personeelsbeleid van het agentschap vast.
3. Besluiten betreffende specifieke activiteiten aan de buitengrenzen van een lidstaat of in de onmiddellijke nabijheid daarvan vereisen dat het lid van de raad van bestuur dat die lidstaat vertegenwoordigt vóór aanneming van de betrokken voorstellen stemt.
4. De raad van bestuur kan de uitvoerend directeur adviseren over aangelegenheden die strikt betrekking hebben op de ontwikkeling van het operationele beheer van de buitengrenzen, waaronder de follow-up van onderzoek zoals omschreven in artikel 6.
5. Als Ierland en/of het Verenigd Koninkrijk verzoeken om deel te mogen nemen aan activiteiten van het agentschap, neemt de raad van bestuur hierover een besluit.
De raad van bestuur besluit per geval bij absolute meerderheid van zijn stemgerechtigde leden. In zijn besluit houdt de raad van bestuur rekening met de vraag of de deelname van Ierland en/of het Verenigd Koninkrijk bijdraagt aan het succes van de betrokken activiteit. Het besluit specifieert de financiële bijdrage van Ierland en/of het Verenigd Koninkrijk ten behoeve van de activiteit waarvoor een verzoek tot deelname is ingediend.
6. De raad van bestuur doet de begrotingsautoriteit jaarlijks alle relevante informatie over de resultaten van de evaluatieprocedures toekomen.
7. De raad van bestuur kan een uitvoerend bureau opzetten om de raad van bestuur en de uitvoerend directeur te helpen bij de voorbereiding van de door de raad van bestuur vast te stellen besluiten, programma's en activiteiten, en zo nodig in spoedeisende gevallen namens de raad van bestuur bepaalde voorlopige besluiten te nemen.