Art. 29 Verordening (EG) nr. 2007/2004, Begroting
Verordening (EG) nr. 2007/2004
1. De ontvangsten van het agentschap bestaan, onverminderd andere ontvangsten, uit:
— een in de algemene begroting van de Europese Unie (afdeling „Commissie”) opgenomen subsidie van de Gemeenschap;
— een bijdrage van de landen die betrokken zijn bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis;
— vergoedingen voor geleverde diensten;
— eventuele vrijwillige financiële bijdragen van de lidstaten.
2. De uitgaven van het agentschap bestaan uit personele, administratieve, infrastructuur- en operationele kosten.
3. De uitvoerend directeur stelt een ontwerp-raming op van de ontvangsten en uitgaven van het agentschap voor het volgende begrotingsjaar en zendt deze samen met een ontwerp-personeelsformatie naar de raad van bestuur.
4. De ontvangsten en uitgaven zijn in evenwicht.
5. De raad van bestuur keurt de ontwerp-raming, met inbegrip van de voorlopige personeelsformatie en het voorlopige werkprogramma, goed en zendt deze uiterlijk op 31 maart toe aan de Commissie en de landen die betrokken zijn bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis.
6. De raming wordt samen met het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie door de Commissie ingediend bij het Europees Parlement en de Raad (hierna „de begrotingsautoriteit” genoemd).
7. Op basis van deze raming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht voor de personeelsformatie en het bedrag van de subsidie ten laste van de algemene begroting op in het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, dat zij overeenkomstig artikel 272 van het Verdrag voorlegt aan de begrotingsautoriteit.
8. De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de subsidie ten behoeve van het agentschap goed.
De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie van het agentschap vast.
9. De raad van bestuur stelt de begroting van het agentschap vast. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Europese Unie. De begroting wordt zo nodig dienovereenkomstig aangepast.
10. Voor elke wijziging van de begroting, met inbegrip van de personeelsformatie, wordt dezelfde procedure gevolgd.
11. De raad van bestuur stelt de begrotingsautoriteit zo spoedig mogelijk in kennis van de projecten die hij voornemens is te realiseren en die aanzienlijke financiële gevolgen voor de financiering van zijn begroting kunnen hebben, met name onroerendgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen. Hij brengt de Commissie en de landen die betrokken zijn bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis daarvan op de hoogte.
Wanneer een tak van de begrotingsautoriteit kennis heeft gegeven van zijn voornemen om een advies te verstrekken, doet hij de raad van bestuur dit advies toekomen binnen zes weken te rekenen vanaf de kennisgeving van het project.