Art. 26 Verordening (EG) nr. 2007/2004, Benoeming van hoger personeel

Verordening (EG) nr. 2007/2004

1. De Commissie draagt kandidaten voor de post van uitvoerend directeur voor op basis van een lijst die is opgesteld na bekendmaking van de post in het Publicatieblad van de Europese Unie en in voorkomend geval in de pers of via internet.

2. De uitvoerend directeur wordt benoemd door de raad van bestuur op grond van zijn verdiensten en zijn met bewijsstukken gestaafde bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, mede rekening houdend met zijn ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van tweederde van alle stemgerechtigde leden.

De bevoegdheid om de uitvoerend directeur te ontslaan, berust bij de raad van bestuur, die daarvoor dezelfde procedure volgt.

3. De uitvoerend directeur wordt bijgestaan door een plaatsvervangend uitvoerend directeur. Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, neemt de plaatsvervangend uitvoerend directeur zijn plaats in.

4. De plaatsvervangend uitvoerend directeur wordt op voorstel van de uitvoerend directeur benoemd door de raad van bestuur op grond van zijn verdiensten en zijn met bewijsstukken gestaafde bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, mede rekening houdend met zijn ervaring op het gebied van het beheer van de buitengrenzen. De raad van bestuur neemt zijn besluit met een meerderheid van tweederde van alle stemgerechtigde leden.

De bevoegdheid om de plaatsvervangend uitvoerend directeur te ontslaan, berust bij de raad van bestuur, die daarvoor dezelfde procedure volgt.

5. De ambtstermijn van de uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Deze ambtstermijn kan door de raad van bestuur eenmaal worden verlengd met een periode van maximaal vijf jaar.

Vorige artikelen

Volgende artikelen