Art. 64 Verordening (EG) nr. 796/2004, Melkpremie en extra betalingen

Verordening (EG) nr. 796/2004

In het geval van bevindingen met betrekking tot aanvragen om de melkpremie en de extra betalingen is het bepaalde in artikel 50, artikel 51, lid 1, en artikel 53 van toepassing met dien verstande dat „individuele referentiehoeveelheid” moet worden gelezen in plaats van „oppervlakte”, en „geconstateerde individuele referentiehoeveelheid” in plaats van „geconstateerde oppervlakte”.

Indien in het in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 2237/2003 bedoelde geval de betrokken persoon de productie niet uiterlijk op de uiterste datum voor de indiening van de aanvraag hervat, wordt de geconstateerde individuele referentiehoeveelheid geacht nul te bedragen. In dat geval wordt de steunaanvraag van de betrokken persoon voor het betrokken jaar afgewezen. Een bedrag dat gelijk is aan het bedrag waarop de afgewezen aanvraag betrekking heeft, wordt verrekend met de steunbetalingen in het kader van welke dan ook van de in de titels III en IV van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde steunregelingen waarop de persoon aanspraak kan maken op grond van de aanvragen die hij indient in het kalenderjaar volgende op het kalenderjaar waarin de niet-hervatting wordt vastgesteld.