Art. 65, Algemene beginselen en begripsomschrijvingen
1. Voor de toepassing van het onderhavige hoofdstuk is het bepaalde in artikel 41 van toepassing.
2. Voor de toepassing van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 wordt een handelen of nalaten rechtstreeks aan de betrokken landbouwer toegeschreven indien deze de niet-naleving zelf heeft begaan en ten tijde van de constatering van de niet-naleving de verantwoordelijkheid draagt voor het bedrijf, de oppervlakte, de productie-eenheid of het dier in kwestie. Is het bedrijf, de oppervlakte, de productie-eenheid of het dier in kwestie overgedragen aan een landbouwer nadat de niet-naleving was begonnen, dan wordt de overnemer op gelijke wijze aansprakelijk gesteld in het geval dat hij de niet-naleving in stand heeft gehouden, op voorwaarde dat hij die niet-naleving redelijkerwijs had kunnen opsporen en beëindigen.
3. Indien voor het beheer van de verschillende regelingen inzake rechtstreekse betalingen in de zin van artikel 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 meer dan één betaalorgaan verantwoordelijk is, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het bepaalde in het onderhavige hoofdstuk op passende wijze wordt toegepast, en met name dat één kortingspercentage wordt toegepast op alle door de landbouwer aangevraagde rechtstreekse betalingen.
4. Niet-nalevingen worden geacht te zijn „geconstateerd” indien zij worden vastgesteld doordat overeenkomstig de onderhavige verordening controles van welke aard ook zijn uitgevoerd of nadat zij op welke andere wijze ook onder de aandacht van de bevoegde controleautoriteiten zijn gebracht.