Art. 52 Verordening (EG) nr. 796/2004, Kortingen met betrekking tot steunaanvragen voor zetmeelaardappelen en zaaizaad
1. Indien wordt vastgesteld dat de feitelijk beteelde oppervlakte meer dan 10 % kleiner is dan de oppervlakte die is aangegeven voor de betaling van de steun voor zetmeelaardappelen als bedoeld in hoofdstuk 6 van Verordening (EG) nr. 1782/2003, wordt de te betalen steun verminderd met tweemaal het vastgestelde verschil.
2. Indien wordt vastgesteld dat de feitelijk beteelde oppervlakte meer dan 10 % groter is dan de oppervlakte die is aangegeven voor de betaling van de steun voor zaaizaad als bedoeld in hoofdstuk 9 van Verordening (EG) nr. 1782/2003, wordt de te betalen steun verlaagd met tweemaal het vastgestelde verschil.
3. Indien wordt vastgesteld dat de in lid 1 of 2 bedoelde onregelmatigheden het gevolg zijn van opzet van de landbouwer, wordt het totale in lid 1 of 2 bedoelde steunbedrag geweigerd.
In dat geval wordt de landbouwer nogmaals van steun uitgesloten voor een bedrag dat gelijk is aan dat bedrag. Dit bedrag wordt verrekend met de steunbetalingen in het kader van welke dan ook van de in de titels III en IV van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde steunregelingen waarop de landbouwer aanspraak kan maken op grond van aanvragen die hij indient in de drie kalenderjaren volgende op het kalenderjaar waarin het verschil wordt vastgesteld. Kan het bedrag met die steunbetalingen niet volledig worden verrekend, dan komt het nog uitstaande saldo te vervallen.