Art. 32, Teledetectie

1. Onder de in dit artikel bepaalde voorwaarden kunnen de lidstaten voor de in artikel 26, lid 1, bedoelde steekproef teledetectie gebruiken in plaats van traditionele middelen voor een controle ter plaatse. In voorkomend geval geldt het bepaalde in de artikelen 23, 25, 26, 27 en 28, artikel 29, eerste zin, en artikel 30.

2. De door middel van teledetectie te controleren zones worden op basis van een risicoanalyse of op aselecte wijze geselecteerd.

Bij selectie op basis van een risicoanalyse houden de lidstaten rekening met passende risicofactoren, waaronder met name:

a) de financiële betekenis van de zones uit het oogpunt van de communautaire steunverlening;

b) het samenstel van steunaanvragen;

c) de structuur van de stelsels van percelen landbouwgrond en de complexiteit van het agrarische landschap;

d) de ontoereikende dekking in eerdere jaren;

e) de technische eisen voor een doeltreffend gebruik van teledetectie wat de begrenzing van de zone betreft;

f) de controleresultaten in de voorgaande jaren.

3. Controles ter plaatse door middel van teledetectie hebben betrekking op:

a) hetzij alle steunaanvragen die binnen de betrokken zone vallen voor ten minste 80 % van de oppervlakte waarvoor op grond van de in de titels III en IV van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde regelingen steun wordt aangevraagd;

b) hetzij door de bevoegde autoriteit op basis van artikel 27, lid 2, van de onderhavige verordening te selecteren steunaanvragen.

De overeenkomstig artikel 27, lid 1, tweede alinea, van de onderhavige verordening op aselecte wijze geselecteerde aanvragen mogen worden gecontroleerd door middel van teledetectie.

4. Voor een overeenkomstig lid 3 voor een controle ter plaatse geselecteerde landbouwer wordt ten minste 80 % van de oppervlakte waarvoor hij op grond van de in de titels III en IV van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde steunregelingen steun heeft aangevraagd, aan de controle ter plaatse door middel van teledetectie onderworpen.

5. Een lidstaat die gebruik maakt van de mogelijkheid controles ter plaatse uit te voeren door middel van teledetectie, verricht:

a) een foto-interpretatie van satellietbeelden of luchtfoto’s van alle overeenkomstig lid 4 te controleren percelen landbouwgrond per aanvraag met het doel de vegetatie te herkennen en de oppervlakte te meten;

b) een fysieke veldinspectie van alle percelen landbouwgrond waarvoor niet op basis van de foto-interpretatie ten genoegen van de bevoegde autoriteit kan worden geconcludeerd dat de aangifte juist is.

6. De in artikel 26, lid 3, bedoelde extra controles worden met behulp van middelen voor een traditionele controle ter plaatse verricht indien zij in het lopende jaar niet meer door middel van teledetectie kunnen worden verricht.

Uitspraken die dit artikel aanhalen