Art. 37 Verordening (EG) nr. 796/2004, Controlemaatregelen met betrekking tot de na uitvoer toegekende premie

Verordening (EG) nr. 796/2004

1. In het geval dat de lidstaat gebruik maakt van de desbetreffende mogelijkheden die bij artikel 68 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 worden geboden, worden ten aanzien van de slachtpremie die overeenkomstig artikel 130 van die verordening wordt toegekend voor naar derde landen uitgevoerde runderen, alle ladingen onderworpen aan controles ter plaatse die als volgt worden verricht:

a) bij het inladen wordt geverifieerd of alle runderen zijn geïdentificeerd met oormerken. Bovendien wordt ten minste 10 % van de aan deze verificatie onderworpen runderen individueel gecontroleerd om hun identificatie te verifiëren;

b) bij het verlaten van het grondgebied van de Gemeenschap:

— wordt, indien het vervoermiddel van een officieel douanezegel is voorzien, gecontroleerd of het zegel onbeschadigd is. Is het zegel onbeschadigd, dan hoeft alleen bij twijfel omtrent de regelmatigheid van de lading een steekproefcontrole te worden verricht,

— wordt, indien het vervoermiddel niet van een officieel douanezegel is voorzien of indien het douanezegel beschadigd is, ten minste 50 % van de bij het inladen individueel gecontroleerde runderen nogmaals aan een dergelijke controle onderworpen.

2. De dierpaspoorten worden overeenkomstig artikel 6, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1760/2000 aan de bevoegde autoriteit overhandigd.

3. Het betaalorgaan controleert de steunaanvragen op basis van de betalingsdossiers en de overige beschikbare informatie, waarbij het bijzondere aandacht besteedt aan de documenten over de uitvoer en aan de opmerkingen van de bevoegde controleautoriteiten, en gaat na of de dierpaspoorten overeenkomstig lid 2 zijn overhandigd.