Art. 27, Selectie van de steekproef voor controles
1. De landbouwers bij wie een controle ter plaatse zal worden verricht, worden door de bevoegde autoriteit geselecteerd aan de hand van een risicoanalyse en van een element van representativiteit voor de ingediende steunaanvragen. De doeltreffendheid van de in eerdere jaren voor de risicoanalyse gebruikte parameters wordt op jaarbasis beoordeeld.
Om voor het element van representativiteit te zorgen selecteren de lidstaten op aselecte wijze tussen 20 % en 25 % van het in artikel 26, leden 1 en 2, bedoelde minimumaantal landbouwers bij wie een controle ter plaatse moet worden verricht.
2. Bij de risicoanalyse wordt rekening gehouden met:
a) de steunbedragen;
b) het aantal percelen landbouwgrond en de oppervlakte of het aantal dieren waarvoor de steun wordt aangevraagd;
c) de ontwikkeling ten opzichte van het voorgaande jaar;
d) de controleresultaten in de voorgaande jaren;
e) de gevallen waarin Verordening (EG) nr. 1760/2000 of Verordening (EG) nr. 21/2004 niet is nageleefd;
f) de landbouwers die net boven of onder voor de toekenning van de steun relevante maxima of beperkingen zitten;
g) de vervangingen van dieren overeenkomstig artikel 58 van de onderhavige verordening;
h) de naleving van artikel 49, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;
i) de voor de zetmeelproductie bestemde hoeveelheid aardappelen in het licht van de oppervlakte die in het in artikel 13, lid 7, bedoelde teeltcontract is aangegeven;
j) in het geval van een aanvraag om steun voor zaaizaad als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 9, van Verordening (EG) nr. 1782/2003, de hoeveelheid goedgekeurd zaaizaad in vergelijking met de aangegeven oppervlakte;
k) andere door de lidstaten te bepalen factoren.
3. Voor elke landbouwer die voor een controle ter plaatse is geselecteerd, houdt de bevoegde autoriteit aantekening van de redenen waarom dit is gebeurd. De met de controle ter plaatse belaste controleur wordt vóór het begin van de controle ter plaatse over deze redenen geïnformeerd.