Art. 33 Verordening (EG) nr. 796/2004, Controle op het gehalte aan tetrahydrocannabinol van geteelde hennep

Verordening (EG) nr. 796/2004

1. Het systeem dat de lidstaten overeenkomstig artikel 52, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 moeten gebruiken om het gehalte aan tetrahydrocannabinol (hierna „THC” genoemd) van het geteelde gewas te bepalen, is het in bijlage I bij de onderhavige verordening beschreven systeem.

2. Uiterlijk op 15 november van het betrokken verkoopseizoen dienen de lidstaten bij de Commissie een verslag in over de geconstateerde THC-gehalten. Voor elk ras bevat dit verslag met name de volgende gegevens:

a) voor procedure A zoals vastgesteld in bijlage I, het tijdstip waarop het monster is genomen;

b) het aantal uitgevoerde metingen;

c) de resultaten van deze metingen, uitgesplitst naar THC-gehalte volgens een schaalverdeling met gradaties van 0,1 %;

d) de op nationaal niveau genomen maatregelen.

3. Indien uit de metingen blijkt dat het THC-gehalte voor een belangrijk aantal monsters van een bepaald ras hoger is dan het bij artikel 52, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde maximum, kan de Commissie, onverminderd andere maatregelen die zij kan nemen, volgens de in artikel 144, lid 2, van die verordening bedoelde procedure besluiten dat in het volgende kalenderjaar voor het betrokken ras de in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgestelde procedure B wordt gebruikt.

4. De rassen van vezelhennep die voor rechtstreekse betalingen in aanmerking komen, zijn vermeld in bijlage II. Het verzoek van een lidstaat om opneming van een hennepras in die bijlage, moet vergezeld gaan van een verslag over de resultaten van analyses die volgens de in bijlage I vastgestelde procedure B zijn verricht, en van een beschrijving van het betrokken ras.