Art. 16 Verordening (EG) nr. 795/2004, Gevallen van onbillijkheid
1. Indien met betrekking tot in artikel 40, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde gevallen de in dat lid vermelde landbouwmilieuverbintenissen verstrijken na de uiterste datum die tijdens het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling geldt voor de indiening van een aanvraag tot betaling in het kader van die regeling, stellen de lidstaten in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling voor elke betrokken landbouwer referentiebedragen vast overeenkomstig artikel 40, leden 1, 2 of 3, of lid 5, tweede alinea, van die verordening met dien verstand dat elke dubbele betaling in het kader van die landbouwmilieuverbintenissen uitgesloten is.
Bedragen van minder dan EUR 10 per toeslagrecht of totaalbedragen van minder dan EUR 100 per landbouwer worden niet als dubbele betaling beschouwd.
Indien de betrokken lidstaat de in het kader van die landbouwmilieuverbintenissen te betalen bedragen niet kan wijzigen, kan de betrokken landbouwer:
a) een verlaagd referentiebedrag ontvangen en in het kader van een overeenkomstig artikel 42, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 door de lidstaat vast te stellen programma, na het verstrijken van zijn landbouwmilieuverbintenis, een aanvraag indienen om de waarde per eenheid van zijn toeslagrechten aan te passen uiterlijk op een door de lidstaat vast te stellen datum maar niet later dan de uiterste datum voor indiening van een aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling in het daaropvolgende jaar,
of
b) het volledige referentiebedrag ontvangen, mits hij zich akkoord verklaart met de wijziging van de in het kader van die landbouwmilieuverbintenissen te betalen bedragen.
2. In het in artikel 40, lid 5, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vermelde geval ontvangt de landbouwer toeslagrechten die zijn berekend door een referentiebedrag dat door de lidstaat is vastgesteld op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, te delen door een aantal hectaren dat niet groter is dan het aantal hectaren dat die landbouwer in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling aangeeft.