Art. 13 Verordening (EG) nr. 795/2004, Feitelijke en verwachte vererving
1. In de gevallen als bedoeld in artikel 33, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1782/2003, verzoekt de landbouwer die het bedrijf of het deel van een bedrijf heeft ontvangen, in zijn naam om berekening van de toeslagrechten voor dat bedrijf of dat deel van een bedrijf.
De vaststelling van het aantal toeslagrechten en van de waarde ervan gebeurt op basis van het referentiebedrag en het aantal hectaren die verband houden met de geërfde productie-eenheden.
2. In gevallen van herroepbare verwachte vererving kan de aangewezen erfgenaam slechts eenmaal, uiterlijk op de datum voor indiening van een aanvraag tot betaling in het kader van de bedrijfstoeslagregeling, toegang krijgen tot de bedrijfstoeslagregeling.
Gevallen waarin sprake is van overdracht van een huurcontract door feitelijke of verwachte vererving van een landbouwer die een natuurlijke persoon is en tijdens de referentieperiode een bedrijf of een deel ervan huurde, wat recht zou geven op toeslagrechten, worden op dezelfde manier behandeld als vererving van een bedrijf.
3. Indien een landbouwer als bedoeld in lid 1 reeds recht heeft op toeslagrechten, gebeurt de vaststelling van het aantal toeslagrechten en van de waarde ervan op basis van, respectievelijk, de som van de referentiebedragen en de som van het aantal hectaren die verband houden met zijn oorspronkelijke bedrijf en de geërfde productie-eenheden.
4. Indien een landbouwer als bedoeld in lid 1 voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van twee of meer van de artikelen 19 tot en met 23 van de onderhavige verordening of van artikel 37, lid 2, artikel 40, artikel 42, lid 3, en artikel 42, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1782/2003, ontvangt hij een aantal toeslagrechten dat niet hoger ligt dan het aantal door hem geërfde hectaren, of dan het aantal door hem in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling aangegeven hectaren, als dat meer is, en waarvan de waarde overeenstemt met de hoogste waarde die hij kan krijgen indien elk van de bepalingen waarvoor hij aan de voorwaarden voldoet, afzonderlijk wordt toegepast.
5. Voor de toepassing van artikel 33, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en van de onderhavige verordening wordt gebruik gemaakt van de in de nationale wetgeving vastgestelde definitie van „vererving” en „verwachte vererving”.