Art. 12, Aanvragen
1. Vanaf het kalenderjaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling, mogen de lidstaten overgaan tot de identificatie van de overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 subsidiabele landbouwers, tot de voorlopige vaststelling van de in artikel 34, lid 1, respectievelijk onder a) en b), van die verordening bedoelde bedragen en hectaren, en tot een voorlopige toetsing aan de in lid 5 van het onderhavige artikel vermelde voorwaarden.
2. Met het oog op de voorlopige vaststelling van de toeslagrechten mogen de lidstaten het in artikel 34, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vermelde aanvraagformulier uiterlijk op een door de lidstaten te bepalen datum, maar niet later dan 15 april van het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling, opsturen naar de in artikel 33, lid 1, onder a), van die verordening bedoelde landbouwers, of, in voorkomend geval, naar de overeenkomstig lid 1 van het onderhavige artikel geïdentificeerde landbouwers. In dit laatste geval dienen andere dan de in artikel 33, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde landbouwers uiterlijk op dezelfde datum een aanvraag tot vaststelling van hun toeslagrechten in.
3. Een lidstaat die geen gebruik maakt van de in lid 2 geboden mogelijkheid, verstuurt het in artikel 34, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vermelde aanvraagformulier uiterlijk op een door de lidstaat te bepalen datum, maar niet later dan één maand vóór de uiterste datum voor indiening van een aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling.
4. De in het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling toe te wijzen toeslagrechten worden slechts definitief vastgesteld, indien een aanvraag in het kader van de bedrijfstoeslagregeling is ingediend overeenkomstig artikel 34, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003.
De toeslagrechten mogen pas worden overgedragen nadat ze definitief zijn vastgesteld.
5. De aanvrager bewijst ten genoegen van de lidstaat dat hij op de datum waarop hij toeslagrechten aanvraagt, landbouwer is in de zin van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1782/2003.
6. Een lidstaat kan bepalen dat aanvragen tot vaststelling van de toeslagrechten slechts mogen worden ingediend voor bedrijven met een bepaalde minimumomvang. Deze minimumomvang mag evenwel niet groter zijn dan 0,3 ha.
Met het oog op de vaststelling van de in de artikelen 47 tot en met 50 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bedoelde toeslagrechten die aan speciale voorwaarden onderworpen zijn, mag geen minimumomvang worden vastgesteld.
7. Een lidstaat mag beslissen dat de in lid 4 bedoelde aanvraag tot definitieve vaststelling van de toeslagrechten op hetzelfde moment mag worden ingediend als de aanvraag tot betaling in het kader van de bedrijfstoeslagregeling.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 28 juli 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BN4983
- CBb 8 juli 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BN4357
- CBb 28 mei 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM8580
- CBb 12 mei 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM6161
- CBb 12 mei 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM6155
- CBb 21 april 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM3278
- CBb 10 februari 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM1815
- CBb 21 januari 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM1535
- CBb 10 september 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BF8913
- CBb 7 mei 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BD1927
- CBb 16 april 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BD0252