Art. 3, Voorschriften voor het in de handel brengen van geregistreerde stoffen

1. Elke marktdeelnemer die geregistreerde stoffen van de categorieën 1 en 2 van bijlage I in de handel wil brengen, moet een verantwoordelijke aanwijzen voor de handel in geregistreerde stoffen, aan de bevoegde instanties de naam en de contactgegevens van deze persoon meedelen en hen onverwijld van elke wijziging van deze gegevens in kennis stellen. Deze persoon zorgt ervoor dat de handel in geregistreerde stoffen door de marktdeelnemer overeenkomstig de bepalingen van deze verordening plaatsvindt. Deze persoon wordt gemachtigd de marktdeelnemer te vertegenwoordigen en de beslissingen te nemen die voor de uitvoering van bovengenoemde taken nodig zijn.

2. Alvorens geregistreerde stoffen van categorie 1 van bijlage I in hun bezit te mogen houden of in de handel te mogen brengen, dienen marktdeelnemers een door de bevoegde instanties afgegeven vergunning te verkrijgen. Door de bevoegde instanties kunnen speciale vergunningen worden afgegeven aan apotheken, verkooppunten voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, bepaalde typen overheidsinstanties of aan de strijdkrachten. Dergelijke speciale vergunningen zijn enkel geldig voor het gebruik van precursoren op het gebied waarop de betrokken marktdeelnemers hun officiële taken verrichten.

3. Marktdeelnemers die houder zijn van de in lid 2 bedoelde vergunning, leveren geregistreerde stoffen van categorie 1 van bijlage I alleen aan natuurlijke of rechtspersonen die zelf houder zijn van een dergelijke vergunning en die een afnemersverklaring als bedoeld in artikel 4, lid 1, hebben ondertekend.

4. Bij de beoordeling van een vergunningsaanvraag houden de bevoegde instanties in het bijzonder rekening met de competentie en de integriteit van de aanvrager. De vergunning moet worden geweigerd indien er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de geschiktheid en betrouwbaarheid van de aanvrager of van de verantwoordelijke voor de handel in geregistreerde stoffen. De bevoegde instanties kunnen de vergunning schorsen of intrekken indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de houder niet langer geschikt is om een vergunning te hebben of dat niet langer aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan.

5. Onverminderd artikel 14 kunnen de bevoegde instanties de geldigheidsduur van de vergunning tot maximaal drie jaar beperken of van de marktdeelnemer verlangen dat hij ten minste om de drie jaar aantoont dat aan de voorwaarden voor afgifte van de vergunning nog altijd wordt voldaan. De vergunning vermeldt de verrichting(en) waarvoor ze geldig is, alsmede de betreffende stoffen. De in lid 2 bedoelde speciale vergunningen worden in principe afgegeven voor onbepaalde duur, maar kunnen door de bevoegde instanties worden geschorst of ingetrokken onder de voorwaarden van lid 4.

6. Onverminderd artikel 6 brengen marktdeelnemers die betrokken zijn bij het in de handel brengen van geregistreerde stoffen van categorie 2 van bijlage I, alvorens ze in de handel te brengen, de bevoegde instanties onverwijld op de hoogte van de adressen van de bedrijfsruimten waar ze deze stoffen vervaardigen of verhandelen, alsmede van alle latere wijzigingen. Apotheken, verkooppunten voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, bepaalde typen overheidsinstanties of de strijdkrachten kunnen het voorwerp uitmaken van een speciale registratie. Dergelijke registratie zal alleen als geldig worden beschouwd voor het gebruik van precursoren op het gebied waarop de betrokken marktdeelnemers hun officiële taken verrichten.

7. De bevoegde instanties kunnen van de marktdeelnemer verlangen dat hij een vergoeding betaalt voor de aanvraag van een vergunning of een registratie. Deze eventuele vergoeding wordt op niet-discriminerende wijze geheven en het bedrag ervan is niet groter dan de kosten voor de behandeling van de aanvraag.

Uitspraken die dit artikel aanhalen