Rb. Breda 14 april 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ2998

Uit het onderzoek Mosselbank is gebleken dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet door een grote hoeveelheid chemicaliën/grondstoffen, een hoeveelheid laboratoriumbenodigdheden en onderdelen van een productieopstelling voorhanden te hebben gehad en een loods ter beschikking te hebben gesteld. Verdachte heeft samen met anderen BMK en BMK bisulfiet adduct in zijn bezit gehad. Dit zijn geregistreerde stoffen in de zin van Verordening nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren. BMK bisulfiet adduct is een mengsel dat de geregistreerde stof BMK bevat welke laatste gemakkelijk en met eenvoudige middelen uit BMK bisulfiet kan worden geëxtraheerd. Ook degene die een geregistreerde stof in ontvangst neemt en ten doel heeft deze vervolgens zelf te gebruiken voor het vervaardigen van verdovende middelen, of daartoe op een later moment besluit, kan als marktdeelnemer in de zin van voornoemde Verordening worden aangemerkt. Uit het dossier volgt dat verdachte en zijn medeverdachten niet beschikten over de daarvoor op grond van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën vereiste vergunning. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen als marktdeelnemer zonder vergunning de geregistreerde stoffen BMK en BMK bisulfiet adduct in zijn bezit heeft gehad. Hiermee heeft hij gehandeld in strijd met de Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaar met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen