Art. 20 Verordening (EG) nr. 2201/2003, Voorlopige en bewarende maatregelen
Verordening (EG) nr. 2201/2003
1. In spoedeisende gevallen vormt deze verordening voor de gerechten van een lidstaat geen beletsel om met betrekking tot personen of goederen die zich in die staat bevinden, voorlopige en bewarende maatregelen te nemen waarin de wetgeving van die lidstaat voorziet, zelfs indien krachtens deze verordening een gerecht van een andere lidstaat bevoegd is om ten gronde over de zaak te beslissen.
2. De ter uitvoering van lid 1 genomen maatregelen houden op van toepassing te zijn, wanneer het gerecht van de lidstaat dat krachtens deze verordening bevoegd is om ten gronde over de zaak te beslissen, de maatregelen heeft genomen die hij passend acht.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Gelderland 6 januari 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:1993
- Rb. Den Haag 16 juni 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:6960
- Rb. Den Haag 27 januari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:744
- Rb. Zwolle-Lelystad 17 maart 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BI1910
- Rb. Noord-Holland 16 oktober 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:8739
- Rb. Maastricht 23 juli 2007, ECLI:NL:RBMAA:2007:BB0572
- Rb. Limburg 15 maart 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:3717
- Rb. Den Haag 18 augustus 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:8505
- Rb. Den Haag 17 juli 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9789
- Rb. Den Haag 18 april 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:5811
- Rb. Den Haag 14 maart 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5995
- Rb. Den Haag 22 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15521
- Rb. Den Haag 4 maart 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:2752
- Hof Den Haag 15 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:342
- Hof Arnhem 8 juli 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BE9044
- Hof Arnhem-Leeuwarden 22 november 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:10196