Art. 16 Verordening (EG) nr. 2201/2003, Aanhangigmaking van een zaak bij een gerecht
Verordening (EG) nr. 2201/2003
1. Een zaak wordt geacht bij een gerecht aanhangig te zijn gemaakt:
a) op het tijdstip waarop het stuk waarmee het geding wordt ingeleid of een gelijkwaardig stuk bij het gerecht wordt ingediend, mits de verzoeker vervolgens niet heeft nagelaten de vereiste stappen te nemen teneinde het stuk aan de verweerder te doen betekenen of mede te delen;
of
b) indien de betekening of mededeling van dit stuk moet plaatsvinden voordat het bij het gerecht wordt neergelegd, op het tijdstip waarop het door de autoriteit die verantwoordelijk is voor de betekening of mededeling, wordt ontvangen, mits de verzoeker vervolgens niet heeft nagelaten de vereiste stappen te nemen teneinde het stuk bij het gerecht neer te leggen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6655
- Rb. Midden-Nederland 30 november 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:5959
- Hof Arnhem-Leeuwarden 17 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1248
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:9647
- Hof Arnhem-Leeuwarden 23 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:6123
- Hof Arnhem-Leeuwarden 9 september 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6952
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 augustus 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:5757
- Hof Arnhem-Leeuwarden 11 juli 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:5001