Art. 70, Facultatieve uitsluiting van een aantal rechtstreekse betalingen
1. Een lidstaat kan tot uiterlijk 1 augustus 2004 besluiten van de bedrijfstoeslagregeling uit te sluiten:
a) een of meer van de rechtstreekse betalingen die in de referentieperiode zijn verleend krachtens:
- artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1251/99,
- artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2358/71.
In dit geval zijn de artikelen 64 en 65 van overeenkomstige toepassing.
b) alle andere in bijlage VI vermelde rechtstreekse betalingen die in de referentieperiode zijn verleend aan landbouwers in de Franse overzeese departementen, op de Azoren en Madeira, op de Canarische Eilanden en op de eilanden in de Egeïsche Zee, alsmede de rechtstreekse betalingen die in de referentieperiode zijn verleend krachtens:
- artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2019/93,
- artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1452/2001,
- artikel 13 en artikel 22, leden 2 tot en met 6, van Verordening (EG) n. 1453/2001,
- artikelen 5 en 6 Verordening (EG) nr. 1454/2001.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2019/93, artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1452/2001, artikel 13, lid 2, en artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1454/2001, verlenen de lidstaten de in lid 1 bedoelde rechtstreekse betalingen binnen de limiet van de overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maxima onder de voorwaarden die respectievelijk zijn vastgesteld in titel IV, hoofdstukken 3, 6 en 7 tot en met 13, artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2019/93, artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1452/2001, artikel 13 en artikel 22, leden 2 tot en met 4, van Verordening (EG) nr. 1453/2001 en artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1454/2001.
Het totale bedrag van de vastgestelde maxima wordt afgetrokken van de in artikel 41 bedoelde nationale maxima, volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure.
Afdeling 4
Facultatieve overgangsregelingen