Art. 66 Verordening (EG) nr. 1782/2003, Betalingen voor akkerbouwgewassen

Verordening (EG) nr. 1782/2003

Voor betalingen voor akkerbouwgewassen mogen de lidstaten:

a) tot 25 % behouden van het aandeel in de in artikel 41 bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI bedoelde areaalbetalingen voor akkerbouwgewassen, met uitzondering van verplichte braakleggingsbetaling.

In dit geval en binnen de limiet van het overeenkomstig artikel 63, lid 2, vastgestelde maximum, verricht de betrokken lidstaat jaarlijks een extra betaling aan de landbouwers.

De extra betaling wordt per hectare verleend aan landbouwers die in bijlage IX genoemde akkerbouwgewassen en, in de lidstaten waar maïs geen traditioneel gewas is, kuilgras produceren, met een maximum van 25 % van de in bijlage VI bedoelde betalingen per hectare die worden verleend onder de voorwaarden van hoofdstuk 10 van Titel IV;

Dan wel, als alternatief,

b) tot 40 % behouden van het aandeel in de in artikel 41 bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI bedoelde toeslag voor durumtarwe.

In dit geval en binnen de limiet van het overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum, verricht de betrokken lidstaat jaarlijks een extra betaling aan de landbouwers.

De extra betaling wordt per hectare verleend aan landbouwers die in bijlage IX genoemde durumtarwe produceren, met een maximum van 40 % van de in bijlage VI bedoelde toeslag per hectare die is of wordt verleend onder de voorwaarden van hoofdstuk 10 van Titel IV.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen