Art. 68 Verordening (EG) nr. 1782/2003, Rundvleesbetalingen
Verordening (EG) nr. 1782/2003
1. Voor rundvleesbetalingen mogen de lidstaten tot 100 % behouden van het aandeel in de in artikel 41 bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI bedoelde slachtpremie voor kalveren.
In dit geval en binnen de limiet van het overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum, verricht de betrokken lidstaat jaarlijks een extra betaling aan de landbouwers.
De extra betaling wordt verleend voor het slachten van kalveren, tot een hoogte van 100 % van de in bijlage VI genoemde kalverenslachtpremie die wordt verleend onder de voorwaarden van hoofdstuk 12 van titel IV.
2. De lidstaten mogen ook
a) i) tot 100 % behouden van het aandeel in de in artikel 41 bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI bedoelde zoogkoeienpremie.
In dit geval en binnen de limiet van het overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum, verricht de betrokken lidstaat jaarlijks een extra betaling aan de landbouwers.
De extra betaling wordt verleend voor het aanhouden van zoogkoeien, met een maximum van 100 % van de in bijlage VI genoemde zoogkoeienpremie die wordt verleend onder de voorwaarden van hoofdstuk 12 van titel IV.
en
ii) tot 40 % behouden van het aandeel in de in artikel 41 bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI bedoelde slachtpremie voor runderen, niet zijnde kalveren.
In dit geval en binnen de limiet van het overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum, verricht de betrokken lidstaat jaarlijks een extra betaling aan de landbouwers.
De extra betaling wordt verleend voor het slachten voor runderen, niet zijnde kalveren, met een maximum van 40 % van de in bijlage VI genoemde slachtpremie voor runderen, niet zijnde kalveren, die wordt verleend onder de voorwaarden van hoofdstuk 12 van titel IV.
Dan wel, als alternatief,
b) i) tot 100 % behouden van het aandeel in de in artikel 41 bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI bedoelde slachtpremie voor runderen, niet zijnde kalveren.
In dit geval en binnen de limiet van het overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum, verricht de betrokken lidstaat jaarlijks een extra betaling aan de landbouwers.
De extra betaling wordt verleend voor het slachten voor runderen, niet zijnde kalveren, met een maximum van 100 % van de in bijlage VI genoemde slachtpremie voor runderen, niet zijnde kalveren die wordt verleend onder de voorwaarden van hoofdstuk 12 van titel IV.
dan wel, als alternatief,
ii) tot 75 % behouden van het aandeel in de in artikel 41 bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI bedoelde speciale premie voor mannelijke runderen.
In dit geval en binnen de limiet van het overeenkomstig artikel 64, lid 2, vastgestelde maximum, verricht de betrokken lidstaat jaarlijks een extra betaling aan de landbouwers.
De extra betaling wordt verleend met een maximum van 75 % van de in bijlage VI genoemde speciale premie voor mannelijke runderen die wordt verleend onder de voorwaarden van hoofdstuk 12 van titel IV.