Art. 5 Richtlijn 2003/125/EG, Algemene norm voor de bekendmaking van belangen en belangenconflicten
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat er geschikte regelgeving van toepassing is om te waarborgen dat betrokken personen alle betrekkingen en omstandigheden openbaar maken waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij afbreuk kunnen doen aan de objectiviteit van de aanbeveling, met name wanneer betrokken personen een wezenlijk financieel belang hebben in één of meer financiële instrumenten die het voorwerp uitmaken van de aanbeveling, of een wezenlijk belangenconflict ten aanzien van de emittent op wie de aanbeveling betrekking heeft.
Wanneer de betrokken persoon een rechtspersoon is, geldt deze verplichting ook voor elke in het kader van een arbeidsovereenkomst of anderszins voor hem werkzame natuurlijke of rechtspersoon die bij het opstellen van de aanbeveling betrokken was.
2. Wanneer de betrokken persoon een rechtspersoon is, omvat de overeenkomstig lid 1 openbaar te maken informatie ten minste de volgende elementen:
a) enigerlei belangen of belangenconflicten van de betrokken persoon of van met hem gelieerde rechtspersonen welke toegankelijk waren of waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij toegankelijk waren voor de personen die bij het opstellen van de aanbeveling betrokken waren;
b) enigerlei belangen of belangenconflicten van de betrokken persoon of van met hem gelieerde rechtspersonen welke bekend waren bij personen die weliswaar niet bij het opstellen van de aanbeveling betrokken waren, maar die toegang hadden of van wie redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij toegang hadden tot de aanbeveling voordat deze onder de cliënten of het publiek werd verspreid.
3. De lidstaten dragen er zorg voor dat er geschikte regelgeving van toepassing is om te waarborgen dat de aanbeveling zelf de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie bevat. Wanneer deze verplichting onevenredig is in verhouding tot de lengte van de verspreide aanbeveling, kan ermee worden volstaan in de aanbeveling zelf een duidelijke en opvallende verwijzing op te nemen naar de plaats waar de vereiste informatie direct en gemakkelijk toegankelijk is voor het publiek, zoals een directe internetlink naar deze informatie op een passende internetsite van de betrokken persoon.
4. De lidstaten dragen er zorg voor dat er geschikte regelgeving van toepassing is om te waarborgen dat de in lid 1 neergelegde verplichtingen zodanig worden aangepast dat zij niet onevenredig zijn in het geval van niet-schriftelijke aanbevelingen.
5. De leden 1 tot en met 3 zijn niet van toepassing op journalisten die in de lidstaten aan gelijkwaardige geschikte regelgeving, inclusief gelijkwaardige geschikte zelfregulering, onderworpen zijn, mits deze regelgeving eenzelfde effect sorteert als de leden 1 tot en met 3.