Art. 3 Richtlijn 2003/125/EG, Algemene norm voor een juiste voorstelling van aanbevelingen

Richtlijn 2003/125/EG

1. De lidstaten dragen er zorg voor dat er geschikte regelgeving van toepassing is om te waarborgen dat alle betrokken personen redelijke maatregelen treffen om te garanderen dat:

a) feiten duidelijk kunnen worden onderscheiden van interpretaties, ramingen, adviezen en andere vormen van informatie die niet op feiten betrekking heeft;

b) alle bronnen betrouwbaar zijn of dat, wanneer wordt betwijfeld of een bron betrouwbaar is, dit duidelijk wordt vermeld;

c) alle projecties, prognoses en richtkoersen duidelijk als zodanig worden omschreven en dat de belangrijke hypothesen voor het opstellen en het gebruik ervan, worden vermeld.

2. De lidstaten dragen er zorg voor dat er geschikte regelgeving van toepassing is om te waarborgen dat de in lid 1 neergelegde verplichtingen zodanig worden aangepast dat zij niet onevenredig zijn in het geval van niet-schriftelijke aanbevelingen.

3. De lidstaten schrijven voor dat alle betrokken personen redelijke maatregelen moeten treffen om te waarborgen dat de redelijkheid van elke aanbeveling op verzoek van de bevoegde autoriteiten kan worden aangetoond.

4. De leden 1 en 3 zijn niet van toepassing op journalisten die in de lidstaten aan gelijkwaardige geschikte regelgeving, inclusief gelijkwaardige geschikte zelfregulering, onderworpen zijn, mits deze regelgeving eenzelfde effect sorteert als de leden 1 en 3.

Vorige artikelen

Volgende artikelen