Art. 4, Verblijfsduur
1. De lidstaten kennen de status van langdurig ingezetene toe aan onderdanen van derde landen die legaal en ononderbroken sedert de vijf jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het desbetreffende verzoek op hun grondgebied verblijven.
2. Perioden van verblijf voor de in artikel 3, lid 2, onder e) en f), vermelde redenen worden niet in aanmerking genomen bij de berekening van de duur van het in lid 1 bedoelde verblijf.
In de in artikel 3, lid 2, onder a), bedoelde gevallen waarin de betrokken onderdaan van een derde land een verblijfsvergunning heeft verkregen die hem in staat stelt de status van langdurig ingezetene te verkrijgen, mogen de perioden van verblijf in verband met een studie of een beroepsopleiding slechts voor de helft meegerekend worden bij de berekening van de duur van het in lid 1 bedoelde verblijf.
3. De perioden van afwezigheid van het grondgebied van de betrokken lidstaat vormen geen onderbreking van het in lid 1 bedoelde verblijf en tellen mee bij de berekening van de duur van dat verblijf, indien zij minder dan zes achtereenvolgende maanden duren en binnen de in lid 1 bedoelde periode niet langer zijn dan in totaal tien maanden.
In gevallen van specifieke of buitengewone redenen van tijdelijke aard en overeenkomstig hun nationale recht, mogen lidstaten ermee akkoord gaan dat een langere dan de in de eerste alinea bedoelde periode van afwezigheid geen onderbreking vormt van het in lid 1 bedoelde verblijf. In dergelijke gevallen houden de lidstaten bij de berekening van de in lid 1 bedoelde totale duur van het verblijf geen rekening met deze periode.
In afwijking van de tweede alinea, mogen de lidstaten bij de berekening van de in lid 1 bedoelde totale duur van het verblijf wel rekening houden met perioden van afwezigheid in verband met beroepsmatige detachering, ook als dat in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 10 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1252
- ABRvS 4 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2119
- CRvB 13 november 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2269
- ABRvS 20 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2492
- ABRvS 15 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1212
- ABRvS 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:401
- Rb. Den Haag 11 juli 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:12038
- ABRvS 6 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4104
- Rb. 's-Gravenhage 1 mei 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BI4917
- Rb. Noord-Nederland 22 december 2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:5292
- Rb. Den Haag 19 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:6023
- Rb. Den Haag 17 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:5467
- Conclusie A-G Langemeijer 28 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:767
- CRvB 4 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA0789