Rb. Den Haag 17 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:5467
godsdienstleraar - C-502/10, Mangat Singh - langdurig ingezetene - zelf voorzien - schadevergoeding Samenvatting: De formele beperking welke is verbonden aan de aan eiser verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘het verrichten van arbeid als geestelijk voorganger of godsdienstleraar’, belet duurzame vestiging in Nederland niet. Nu zich bij deze verblijfsvergunning ook overigens geen omstandigheden voordoen die hieraan in de weg staan, is de rechtbank met in achtneming van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 18 oktober 2012 (C-502/10, Mangat Singh; www.curia.europa.eu), van oordeel dat de aan eiser verleende verblijfsvergunning niet kan worden aangemerkt als formeel beperkte verblijfsvergunning in de zin van artikel 3, lid 2, sub e, van Richtlijn 2003/109/EG. Het verblijf van eiser op basis van de aan hem verleende verblijfsvergunning moet worden geacht legaal verblijf te zijn dat relevant is voor de verkrijging van de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen. Nu eiser als onderdaan van een derde land onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd sedert meer dan vijf jaar legaal en ononderbroken verblijf heeft gehad in Nederland en niet gebleken is van omstandigheden op grond waarvan eiser van de werkingssfeer van Richtlijn 2003/109/EG is uitgesloten dan wel op grond waarvan hij niet voldoet aan de overige in de richtlijn genoemde voorwaarden voor het verkrijgen van de status van langdurig ingezetene, had eiser op grond van Richtlijn 2003/109/EG als langdurig ingezetene moeten worden aangemerkt. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien en bepaalt dat de aanvraag van eiser van 28 december 2009 tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt ingewilligd en eiser met ingang van 28 december 2009 wordt aangemerkt als langdurig ingezetene op grond van Richtlijn 2003/109/EG. Nu de kosten die eiser stelt te hebben gemaakt het rechtstreeks en onmiddellijk gevolg zijn van het onrechtmatig genomen besluit en verweerder de schade als uiteengezet op zichzelf niet betwist, komen alle door eiser gevorderde kosten voor toewijzing in aanmerking.
De uitspraak op rechtspraak.nl