Art. 28 Richtlijn 2003/55/EG, Opkomende en geïsoleerde markten
1. Lidstaten die niet rechtstreeks verbonden zijn met het stelsel van systemen van een andere lidstaat en slechts één externe hoofdleverancier hebben, mogen afwijken van artikel 4, artikel 9, artikel 23 en/of artikel 24 van deze richtlijn. Een leveringsbedrijf met een marktaandeel van meer dan 75 % wordt beschouwd als een hoofdleverancier. Deze ontheffing komt automatisch te vervallen zodra ten minste een van deze voorwaarden niet langer van toepassing is. De Commissie wordt van een dergelijke ontheffing in kennis gesteld.
2. Een lidstaat die als opkomende markt kan worden aangemerkt en die als gevolg van de uitvoering van deze richtlijn aanzienlijke problemen ondervindt, mag afwijken van artikel 4, artikel 7, artikel 8, leden 1 en 2, artikel 9, artikel 11, artikel 12, lid 5, artikel 13, artikel 17, artikel 18, artikel 23, lid 1, en/of artikel 24 van deze richtlijn. Deze ontheffing komt automatisch te vervallen zodra de betrokken lidstaat niet langer als opkomende markt kan worden aangemerkt. De Commissie wordt van een dergelijke ontheffing in kennis gesteld.
3. Op de dag waarop de in lid 2 bedoelde ontheffing komt te vervallen, resulteert de omschrijving van in aanmerking komende afnemers in de openstelling van de markt die gelijk is aan ten minste 33 % van het totale jaarlijkse gasverbruik van de nationale gasmarkt. Twee jaar later is artikel 23, lid 1, onder b), van toepassing, en drie jaar later artikel 23, lid 1, onder c). Tot de toepassing van artikel 23, lid 1, onder b), kan de in lid 2 bedoelde lidstaat besluiten artikel 18 niet toe te passen op ondersteunende diensten en installaties voor tijdelijke opslag voor de hervergassing en de daaropvolgende toelevering aan het transmissiesysteem.
4. Indien de tenuitvoerlegging van deze richtlijn in een geografisch beperkt gebied van een lidstaat tot aanzienlijke problemen zou leiden, met name wat de ontwikkeling van de transmissie- en grote distributie-infrastructuur betreft, kan de lidstaat, mede om investeringen te stimuleren, de Commissie om een tijdelijke ontheffing van artikel 4, artikel 7, artikel 8, leden 1 en 2, artikel 9, artikel 11, artikel 12, lid 5, artikel 13, artikel 17, artikel 18, artikel 23, lid 1, en/of artikel 24 verzoeken voor ontwikkelingen op dit gebied.
5. De Commissie kan de in lid 4 bedoelde ontheffing verlenen, in het bijzonder rekening houdend met de volgende criteria:
- de noodzaak van infrastructuurinvesteringen die in een competitieve markt economisch niet haalbaar zouden zijn,
- de omvang van de vereiste investeringen en de vooruitzichten met betrekking tot het terugverdienen daarvan,
- de omvang en ontwikkelingsgraad van het gassysteem in het betrokken gebied,
- de vooruitzichten voor de betrokken gasmarkt,
- de oppervlakte en de geografische kenmerken van het betrokken gebied of de betrokken regio, en de sociaal-economische en demografische factoren.
a) Voor andere gasvoorzieningsinfrastructuur dan distributie-infrastructuur mag alleen een ontheffing worden verleend als het betrokken gebied niet of sedert minder dan tien jaar beschikt over infrastructuur voor de gasvoorziening. De ontheffing is tijdelijk en mag niet langer gelden dan tien jaar vanaf de eerste gaslevering in het gebied.
b) Voor distributie-infrastructuur kan een ontheffing worden verleend van ten hoogste 20 jaar vanaf de eerste gaslevering in het gebied via het betrokken systeem.
6. Luxemburg kan worden ontheven van het bepaalde in artikel 8, lid 3, en artikel 9 voor een termijn van vijf jaar vanaf 1 juli 2004. Een dergelijke ontheffing wordt opnieuw bezien vóór het verstrijken van de termijn van vijf jaar en een besluit tot verlenging van de ontheffing met nogmaals vijf jaar wordt genomen volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde procedure. De Commissie wordt van een dergelijke ontheffing in kennis gesteld.
7. De Commissie stelt de lidstaten van verzoeken uit hoofde van lid 4 in kennis alvorens zij een besluit neemt krachtens lid 5 en houdt daarbij rekening met de vertrouwelijkheidsvereisten. Dit besluit en de in de leden 1 en 2 bedoelde ontheffingen worden in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.
8. Griekenland mag afwijken van de artikelen 4, 11, 12, 13, 18, 23 en/of 24 van deze richtlijn voor de geografische gebieden en de termijnen die vermeld worden in de vergunningen die het vóór 15 maart 2002 en overeenkomstig Richtlijn 98/30/EG heeft afgegeven voor de ontwikkeling en de exclusieve exploitatie van distributienetten in bepaalde geografische gebieden.