Art. 25, Regelgevende instanties
1. De lidstaten wijzen een of meer bevoegde instanties met de functie van regelgevende instantie aan. Deze instanties zijn geheel onafhankelijk van de belangen van de gassector. Zij zijn ingevolge dit artikel ten minste verantwoordelijk voor het garanderen van non-discriminatie, daadwerkelijke mededinging en doeltreffende marktwerking, dit door monitoring van in het bijzonder:
a) de voorschriften inzake het beheer en de toewijzing van interconnectiecapaciteit, in overleg met de regelgevende instantie of instanties van de lidstaten waarmee een interconnectie bestaat;
b) alle mechanismen voor het wegwerken van capaciteitsknelpunten binnen het nationale gassysteem;
c) de tijd waarbinnen transmissie- en distributiesysteembeheerders interconnecties tot stand brengen en reparaties uitvoeren;
d) de publicatie door transmissie- en distributiesysteembeheerders van adequate informatie over interconnectoren, netwerkgebruik en toewijzing van capaciteit aan belanghebbende partijen, rekening houdend met de noodzaak niet-geaggregeerde informatie vertrouwelijk te behandelen;
e) de daadwerkelijke ontvlechting van de boekhouding als bedoeld in artikel 17 om kruissubsidies tussen transmissie-, distributie-, opslag-, LNG- en leveringsactiviteiten te voorkomen;
f) de toegangsvoorwaarden voor opslag, leidingbuffer en andere ondersteunende diensten, als bedoeld in artikel 19;
g) de mate waarin transmissie- en distributiesysteembeheerders zich kwijten van hun taken overeenkomstig de artikelen 8 en 12;
h) de mate van doorzichtigheid en mededinging.
De op grond van dit artikel ingestelde instanties publiceren jaarlijks een verslag over de resultaten van de onder a) tot en met h) bedoelde monotoring.
2. De regelgevende instanties zijn verantwoordelijk voor de vaststelling of de aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
a) aansluiting op en toegang tot nationale netwerken, inclusief de tarieven inzake transmissie en distributie. Deze tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netwerken zodanig worden uitgevoerd dat zij de rentabiliteit van de netwerken waarborgen;
b) de verstrekking van balanceringsdiensten.
3. Onverminderd lid 2 kunnen de lidstaten voorschrijven dat de regelgevende instanties de tarieven of ten minste de in dat lid bedoelde methoden alsook de wijzigingen in lid 4 aan de relevante instantie in de lidstaat voorleggen met het oog op een formeel besluit. De relevante instantie beschikt in dat geval over de bevoegdheid om een door de regelgevende instantie voorgelegd ontwerpbesluit hetzij goed te keuren, hetzij af te wijzen.
Deze tarieven, methoden of wijzigingen worden samen met het besluit inzake de formele goedkeuring gepubliceerd. Elke formele afwijzing van een ontwerp-besluit wordt ook gepubliceerd, inclusief de motivering.
4. De regelgevende instanties zijn bevoegd om zo nodig van de transmissie-, LNG- en distributiesysteembeheerders te verlangen dat zij de voorwaarden, inclusief de in de leden 1, 2, en 3 bedoelde tarieven en methoden, wijzigen om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast.
5. Partijen die een klacht hebben tegen een transmissie-, LNG- of distributiesysteembeheerder over de in de leden 1, 2 of 4 of in artikel 19 genoemde onderwerpen kunnen de klacht voorleggen aan de regelgevende instantie, die als geschillenbeslechtingsinstantie binnen twee maanden na ontvangst van de klacht een beslissing neemt. Deze periode kan met twee maanden worden verlengd indien de nationale regelgevende instanties aanvullende informatie behoeven. Deze periode kan met instemming van de klager verder worden verlengd. Een dergelijke beslissing heeft bindende kracht tenzij of totdat zij in beroep wordt herroepen.
6. Benadeelde partijen die gerechtigd zijn bezwaar te maken tegen een overeenkomstig de leden 2, 3 of 4 genomen besluit over de gehanteerde methoden of wanneer de regelgevende instantie een raadplegingsplicht heeft met betrekking tot de voorgestelde methoden kunnen binnen twee maanden of binnen een door de betrokken lidstaat vastgelegde kortere termijn na de publicatie van het besluit of voorstel voor een besluit bezwaar maken met het oog op herziening. Een dergelijk bezwaar heeft geen schorsende werking.
7. De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 bedoelde regelgevende instanties in staat zijn om hun in de leden 1 tot en met 5 bedoelde taken doelmatig en onverwijld uit te voeren.
8. De lidstaten voorzien in geschikte en doelmatige mechanismen voor regelgeving, controle en transparantie, teneinde eventueel misbruik van een machtspositie, met name ten nadele van afnemers, en eventueel roofzuchtig marktgedrag te voorkomen. Bij deze mechanismen moeten de bepalingen van het Verdrag, en met name artikel 82, in acht worden genomen.
9. De lidstaten dragen er zorg voor dat passende maatregelen, waaronder bestuursrechtelijke of strafrechtelijke procedures in overeenstemming met hun nationale wetgeving, tegen de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersonen worden genomen wanneer de door deze richtlijn opgelegde vertrouwelijkheidsregels niet in acht zijn genomen.
10. In geval van een grensoverschrijdend geschil wordt het geschil beslecht door de regelgevende instantie die rechtsmacht heeft over de systeembeheerder die het gebruik van of de toegang tot het systeem weigert.
11. Klachten en bezwaren als bedoeld in de leden 5 en 6 doen geen afbreuk aan de uitoefening van de beroepsmogelijkheden uit hoofde van het Gemeenschapsrecht en de nationale wetgeving.
12. De nationale regelgevende instanties dragen bij tot de ontwikkeling van de interne markt en van gelijke concurrentievoorwaarden door op transparante wijze met elkaar en met de Commissie samen te werken.