Art. 24 Richtlijn 2003/55/EG, Directe leidingen
1. De lidstaten nemen maatregelen om het mogelijk te maken dat:
a) de op hun grondgebied gevestigde aardgasbedrijven via een directe leiding kunnen leveren aan de in aanmerking komende afnemers;
b) deze in aanmerking komende afnemers op hun grondgebied via een directe leiding door een aardgasbedrijf beleverd kunnen worden.
2. In gevallen waarin toestemming (bijvoorbeeld vergunning, toelating, concessie, instemming of goedkeuring) vereist is voor de aanleg of exploitatie van directe leidingen, stellen de lidstaten of een door hen aangewezen bevoegde instantie criteria vast voor het verlenen van toestemming voor de aanleg of exploitatie van die directe leidingen op hun grondgebied. De criteria moeten objectief, transparant en niet-discriminerend zijn.
3. De lidstaten kunnen de toestemming voor de aanleg van een directe leiding afhankelijk stellen van de weigering van toegang tot het systeem op basis van artikel 21, dan wel van de start van een geschillenbeslechtingsprocedure overeenkomstig artikel 25.