Art. 2 Richtlijn 2003/54/EG, Definities
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
1. "productie": productie van elektriciteit;
2. "producent": natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit produceert;
3. "transport": transport van elektriciteit langs het extrahoogspannings- en hoogspanningskoppelnet met het oog op de levering ervan aan eindafnemers of distributiemaatschappijen, de levering zelf niet inbegrepen;
4. "transportnetbeheerder": natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en, zo nodig, de ontwikkeling van het transportnet en, indien van toepassing, de koppeling met andere netten, en die ervoor moet zorgen dat het net op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar transport van elektriciteit;
5. "distributie": transport van elektriciteit langs hoog-, midden- en laagspanningsdistributienetten met het oog op de levering aan afnemers, de levering zelf niet inbegrepen;
6. "distributienetbeheerder": natuurlijke persoon of rechtspersoon die in een bepaald gebied verantwoordelijk is voor de exploitatie, het onderhoud en, zo nodig, de ontwikkeling van het distributienet en, indien van toepassing, de koppeling met andere netten, en die ervoor moet zorgen dat het net op lange termijn kan voldoen aan een redelijke vraag naar distributie van elektriciteit;
7. "afnemer": grootafnemer of eindafnemer van elektriciteit;
8. "grootafnemer": natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit koopt voor doorverkoop binnen of buiten het net waarop hij aangesloten is;
9. "eindafnemer": afnemer die elektriciteit koopt voor eigen gebruik;
10. "huishoudelijke afnemer": afnemer die elektriciteit koopt voor eigen huishoudelijk gebruik, en niet voor commerciele of professionele activiteiten;
11. "niet-huishoudelijke afnemer": natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit koopt die niet voor eigen huishoudelijk gebruik is bestemd; onder dit begrip vallen tevens producenten en grootafnemers;
12. "in aanmerking komende afnemer": afnemer die vrij is om elektriciteit te kopen bij de leverancier van zijn keuze, in de zin van artikel 21 van deze richtlijn;
13. "koppellijnen": uitrusting om elektriciteitsnetten onderling te koppelen;
14. "koppelnet": een aantal transport- en distributienetten die door middel van één of meer koppellijnen met elkaar zijn verbonden;
15. "directe lijn": een elektriciteitslijn die een geïsoleerde productielocatie met een geïsoleerde afnemer verbindt, of een elektriciteitslijn die een elektriciteitsproducent en een elektriciteitsleverancier met elkaar verbindt om hun eigen vestigingen, dochterondernemingen en in aanmerking komende afnemers direct te bevoorraden;
16. "economische rangorde": een aan de hand van economische criteria bepaalde rangorde van bronnen voor de levering van elektriciteit;
17. "ondersteunende diensten": diensten die nodig zijn voor de exploitatie van een transport- of distributienet;
18. "netgebruiker": natuurlijke persoon of rechtspersoon die als leverancier of verbruiker op een transport- of distributienet is aangesloten;
19. "levering": verkoop, wederverkoop daaronder begrepen, van elektriciteit aan afnemers;
20. "geïntegreerd elektriciteitsbedrijf": verticaal of horizontaal geïntegreerd bedrijf;
21. "verticaal geïntegreerd bedrijf": bedrijf of groep van bedrijven waarvan de onderlinge betrekkingen gedefinieerd zijn in artikel 3, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen(8), en waarbij het betrokken bedrijf/de betrokken groep ten minste één van de taken in de vorm van transport of distributie en ten minste één van de taken in de vorm van productie of levering van elektriciteit verricht;
22. "verwant bedrijf": een verbonden onderneming in de zin van artikel 41 van de zevende Richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 44, lid 2, onder g)(9) van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening(10), en/of een geassocieerde onderneming in de zin van artikel 33, lid 1, van die richtlijn, en/of een onderneming die aan dezelfde aandeelhouders toebehoort;
23. "horizontaal geïntegreerd bedrijf": bedrijf dat tenminste één van de taken in de vorm van productie voor de verkoop, transport, distributie of levering van elektriciteit, en daarnaast een niet op het gebied van elektriciteit liggende activiteit verricht;
24. "aanbestedingsprocedure": procedure waarmee in geplande nieuwe behoeften en vervangingscapaciteit wordt voorzien door leveringen uit nieuwe of bestaande productie-installaties;
25. "planning op lange termijn": planning van de behoeften aan investeringen in productie-, transport- en distributiecapaciteit op lange termijn, om aan de vraag naar elektriciteit van het net te voldoen en de levering aan de afnemers zeker te stellen;
26. "klein geïsoleerd net": net met een verbruik van minder dan 3000 GWh in 1996 en waarvan minder dan 5 % van het jaarverbruik via koppeling aan andere netten wordt verkregen;
27. "geïsoleerd micronet": net met een verbruik van minder dan 500 GWh in 1996, zonder koppeling met andere netten;
28. "veiligheid": zowel de zekerheid van de levering en de voorziening van elektriciteit als de technische beveiliging;
29. "energie-efficiëntie/vraagzijdebeheer": een algemene of geïntegreerde aanpak die erop gericht is de omvang en de timing van het elektriciteitsverbruik te beïnvloeden teneinde het primaire energieverbruik en piekbelastingen te verminderen door voorrang te geven aan investeringen in energie-efficiëntiebevorderende maatregelen of andere maatregelen, zoals onderbreekbare leveringscontracten, in plaats van aan investeringen om de productiecapaciteit te verhogen, indien de eerstgenoemde maatregelen de doelmatigste en meest economische optie vormen, mede gelet op het positieve milieueffect van een lager energieverbruik en de daarmee verband houdende aspecten met betrekking tot de voorzieningszekerheid en de distributiekosten;
30. "hernieuwbare energiebronnen": hernieuwbare niet-fossiele energiebronnen (wind, zon, geothermische warmte, golfslag, getij, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogassen);
31. "plaatselijke elektriciteitsproductie": productie-installaties die aangesloten zijn op het distributienet.