Art. 23 Richtlijn 2003/54/EG, Regelgevende instanties
1. De lidstaten wijzen een of meer bevoegde instanties met de functie van regelgevende instantie aan. Deze instanties zijn geheel onafhankelijk van de belangen van de elektriciteitssector. Zij zijn via de toepassing van dit artikel ten minste verantwoordelijk voor het garanderen van non-discriminatie, daadwerkelijke mededinging en een doeltreffende marktwerking, vooral ten aanzien van:
a) de voorschriften inzake het beheer en de toewijzing van koppelingscapaciteit, in overleg met de regelgevende instantie of instanties van de lidstaten waarmee een koppeling bestaat;
b) de mechanismen voor het verhelpen van capaciteitsknelpunten binnen het nationale elektriciteitsnet;
c) de tijd die transport- en distributiebedrijven nemen om verbindingen te realiseren en reparaties uit te voeren;
d) de publicatie door transport- en distributienetbeheerders van adequate informatie over koppelingen, netgebruik en toewijzing van capaciteit aan belanghebbende partijen, rekening houdend met de noodzaak niet-geaggregeerde informatie vertrouwelijk te behandelen;
e) het voeren van afzonderlijke boekhoudingen, als bedoeld in artikel 19, ter voorkoming van kruissubsidies tussen productie-, transport-, distributie- en leveringsactiviteiten;
f) de bepalingen, voorwaarden en tarieven voor de aansluiting van nieuwe elektriciteitsproducenten, om te waarborgen dat deze objectief, transparant en niet discriminerend zijn, waarbij zij met name volledig rekening houden met de kosten en de voordelen van de verschillende technologieën inzake duurzame energiebronnen, gedecentraliseerde productie en warmtekrachtkoppeling;
g) de mate waarin transmissie- en distributiesysteembeheerders hun taken vervullen in overeenstemming met de artikelen 9 en 14;
h) het niveau van transparantie en concurrentie.
De overeenkomstig dit artikel ingestelde autoriteiten publiceren jaarlijks een verslag over het resultaat van hun monitoring als bedoeld onder a) tot en met h).
2. De regelgevende instanties zijn verantwoordelijk voor de vaststelling of de aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake:
a) de aansluiting op en de toegang tot nationale netwerken, inclusief de transmissie- en distributietarieven. Deze tarieven of methodes maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netwerken op een zodanige wijze worden uitgevoerd, dat zij de rentabiliteit van de netwerken waarborgen;
b) de verstrekking van balanceringsdiensten.
3. Onverminderd lid 2 kunnen de lidstaten voorschrijven dat de regelgevende instanties de tarieven of ten minste de in dat lid bedoelde methoden alsook de in lid 3 bedoelde wijzigingen aan de relevante instantie in de lidstaat voorleggen met het oog op een formeel besluit. Deze tarieven, methoden of wijzigingen worden samen met het besluit inzake de formele aanneming bekendgemaakt. De relevante instantie is in een dergelijk geval bevoegd een door de regelgevende instantie voorgelegd ontwerpbesluit goed te keuren of te verwerpen. Deze tarieven, methoden of wijzigingen worden samen met het besluit inzake de formele aanneming bekendgemaakt. Elke formele verwerping van een ontwerpbesluit wordt eveneens bekendgemaakt, met inbegrip van de motivering ervan.
4. De regelgevende instanties zijn bevoegd om zo nodig van de beheerders van transport- en distributienetten te verlangen dat zij de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde voorwaarden, tarieven, regels, mechanismen en methoden wijzigen om ervoor te zorgen dat deze evenredig zijn en op niet-discriminerende wijze worden toegepast.
5. Partijen die een klacht hebben tegen de beheerder van een transport- of distributienet over de in de leden 1, 2 en 4 bedoelde aangelegenheden, kunnen de klacht voorleggen aan de regelgevende instantie die, fungerend als geschillenbeslechtingsinstantie, binnen twee maanden na ontvangst van de klacht een beslissing neemt. Die periode kan met twee maanden worden verlengd indien de regelgevende instantie aanvullende informatie behoeft. Deze periode kan met instemming van de klager verder verlengd worden. Een dergelijke beslissing heeft bindende kracht tenzij of totdat zij in beroep wordt herroepen.
Wanneer een klacht betrekking heeft op aansluitingstarieven voor grote productiefaciliteiten kan de periode van twee maanden door de regelgevende instantie worden verlengd.
6. Benadeelde partijen die gerechtigd zijn een klacht in te dienen ten aanzien van een overeenkomstig de leden 2, 3 of 4 genomen besluit over de gehanteerde methoden of wanneer de regelgevende instantie een raadplegingsplicht heeft met betrekking tot de voorgestelde methoden kunnen binnen twee maanden of binnen een door de betrokken lidstaat vastgelegde kortere termijn na de bekendmaking van het besluit of voorstel voor een besluit een klacht indienen met het oog op herziening. Een dergelijke klacht heeft geen schorsende werking.
7. De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat de in lid 1 bedoelde regelgevende instanties in staat zijn om hun in de leden 1 tot en met 5 bedoelde taken snel en doeltreffend uit te voeren.
8. De lidstaten voorzien in geschikte en doelmatige mechanismen voor regelgeving, controle en transparantie, teneinde eventueel misbruik van een machtspositie, met name ten nadele van de afnemers, en eventueel marktondermijnend gedrag te voorkomen. Bij deze mechanismen moeten de bepalingen van het Verdrag, en met name artikel 82, in acht worden genomen.
Tot 2010 doen de bevoegde instanties van de lidstaten de Commissie overeenkomstig het mededingingsrecht jaarlijks uiterlijk 31 juli een verslag toekomen over marktoverheersing en marktondermijnend en concurrentieverstorend gedrag. In dit verslag wordt verder ingegaan op de veranderende eigendomspatronen en worden tevens praktische maatregelen vermeld die op nationaal niveau zijn getroffen om een voldoende grote verscheidenheid aan marktdeelnemers te waarborgen of concrete maatregelen om de interconnectie en de mededinging te bevorderen. Vanaf 2010 presenteren de bevoegde autoriteiten een dergelijk verslag om de twee jaar.
9. De lidstaten dragen er zorg voor dat passende maatregelen, waaronder bestuursrechtelijke of strafrechtelijke procedures in overeenstemming met hun nationale wetgeving, tegen de verantwoordelijke natuurlijke of rechtspersonen worden genomen wanneer de door deze richtlijn opgelegde vertrouwelijkheidsregels niet in acht zijn genomen.
10. In geval van een grensoverschrijdend geschil wordt het geschil beslecht door de regelgevende instantie die rechtsmacht heeft over de netbeheerder die het gebruik van of de toegang tot het net weigert.
11. Klachten als bedoeld in de leden 5 en 6 doen geen afbreuk aan de uitoefening van de beroepsmogelijkheden uit hoofde van het Gemeenschapsrecht en de nationale wetgeving.
12. De nationale regelgevende instanties dragen bij tot de ontwikkeling van de interne markt en gelijke mededingingsvoorwaarden door transparante samenwerking onderling en met de Commissie.