Art. 19 Richtlijn 2003/54/EG, Scheiding van de boekhouding
1. De lidstaten zorgen ervoor dat de boekhouding van elektriciteitsbedrijven overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel wordt gevoerd.
2. Ongeacht hun eigendomsregeling of rechtsvorm houden elektriciteitsbedrijven zich bij de opstelling, indiening voor accountantscontrole en publicatie van hun jaarrekening aan de nationale voorschriften inzake de jaarrekening van kapitaalvennootschappen die zijn vastgesteld uit hoofde van de Vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978, gebaseerd op artikel 44, lid 2, onder g)(12), van het Verdrag betreffende de jaarrekeningen van bepaalde vennootschappen(13).
Bedrijven die niet bij wet verplicht zijn hun jaarrekening te publiceren, dienen op hun hoofdkantoor een kopie daarvan ter beschikking van het publiek te houden.
3. Om discriminatie, kruissubsidiëring en concurrentievervalsing te voorkomen voeren elektriciteitsbedrijven intern een afzonderlijke boekhouding voor al hun transport- en distributieactiviteiten, zoals zij zouden moeten doen indien die activiteiten door verschillende ondernemingen werden uitgevoerd. Zij stellen ook al dan niet geconsolideerde jaarrekeningen op voor andere activiteiten op het gebied van elektriciteit, die geen verband houden met transport en distributie. Wat de leveringsactiviteiten betreft, worden voor in aanmerking komende en niet in aanmerking komende afnemers, tot 1 juli 2007 afzonderlijke boekhoudingen gevoerd. Inkomsten die voortvloeien uit de eigendom van het transport/distributienet worden in de boekhouding gespecificeerd. In voorkomend geval voeren zij een boekhouding op geconsolideerde basis voor hun andere, niet op elektriciteitsgebied liggende activiteiten. Deze interne boekhoudingen bevatten per activiteit een balans en een winst- en verliesrekening.
4. Bij de audit als bedoeld in lid 2 wordt in het bijzonder nagegaan, of de verplichting van lid 3 om discriminatie en kruissubsidies te voorkomen, wordt nagekomen.