Art. 10 Richtlijn 2003/48/EG, Overgangsperiode

Richtlijn 2003/48/EG

1. Gedurende een overgangsperiode die begint op de in artikel 17, leden 2 en 3, vermelde datum, en behoudens het bepaalde in artikel 13, lid 1, zijn België, Luxemburg en Oostenrijk niet gehouden tot toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II.

Zij ontvangen echter gegevens van de andere lidstaten overeenkomstig hoofdstuk II.

Gedurende deze overgangsperiode heeft deze richtlijn ten doel een minimum aan effectieve belastingheffing te garanderen op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetalingen die in de Gemeenschap wordt verricht aan uiteindelijk gerechtigden die een natuurlijke persoon zijn en hun fiscale woonplaats in een andere lidstaat hebben.

2. De overgangsperiode eindigt aan het einde van het eerste volledige belastingjaar volgend op wat het laatst in datum is:

- de datum van inwerkingtreding van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, bij een met eenparigheid van stemmen genomen besluit van de Raad, en de Zwitserse Confederatie, het Prinsdom Liechtenstein, de Republiek San Marino, het Prinsdom Monaco en het Prinsdom Andorra, die voorziet in de uitwisseling van gegevens op verzoek, in de zin van de op 18 april 2002 gepubliceerde modelovereenkomst van de OESO betreffende de uitwisseling van belastinggegevens (hierna de OESO-modelovereenkomst genoemd) met betrekking tot rentebetalingen als omschreven in deze richtlijn die door een op hun respectieve grondgebieden gevestigde uitbetalende instantie worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die hun woonplaats hebben op het grondgebied dat door de richtlijn wordt bestreken, naast de gelijktijdige heffing, door diezelfde landen, van bronbelasting op de genoemde rentebetalingen tegen het tarief dat is vastgesteld voor de overeenkomstige perioden als bedoeld in artikel 11, lid 1;

- de datum waarop de Raad het er unaniem over eens is dat de Verenigde Staten van Amerika zich heeft verplicht tot de uitwisseling van gegevens op verzoek, in de zin van de OESO-modelovereenkomst met betrekking tot de rentebetalingen als omschreven in deze richtlijn die door een op zijn grondgebied gevestigde uitbetalende instantie worden verricht aan uiteindelijk gerechtigden die hun woonplaats hebben op het grondgebied dat door de richtlijn wordt bestreken.

3. Aan het einde van de overgangsperiode zal België, Luxemburg en Oostenrijk worden gevraagd de bepalingen van hoofdstuk II toe te passen en zullen zij niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 11 en 12 toepassen. Als België, Luxemburg of Oostenrijk er tijdens de overgangsperiode voor kiest de bepalingen van hoofdstuk II toe te passen, zal het niet langer bronbelasting en verdeling van belastingopbrengsten als bedoeld in de artikelen 11 en 12 toepassen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen