Art. 13 Richtlijn 2003/48/EG, Uitzonderingen op de procedure van bronbelasting
1. De lidstaten die overeenkomstig artikel 11 bronbelasting heffen, voorzien in één van beide of beide volgende procedures om te verzekeren dat uiteindelijk gerechtigden een verzoek kunnen indienen tot het niet-inhouden van bronbelasting:
a) een procedure waarbij het de uiteindelijk gerechtigde uitdrukkelijk is toegestaan de betalende instantie te machtigen tot het doorgeven van informatie overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II. Een dergelijke machtiging bestrijkt alle ten gunste van de uiteindelijk gerechtigde door die uitbetalende instantie uitbetaalde rente. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 9 van toepassing;
b) een procedure die garandeert dat geen bronbelasting wordt geheven indien de uiteindelijk gerechtigde aan zijn uitbetalende instantie een overeenkomstig lid 2 door de bevoegde autoriteit van zijn fiscale woonstaat op zijn naam gestelde verklaring voorlegt.
2. Op verzoek van de uiteindelijk gerechtigde geeft de bevoegde autoriteit van zijn fiscale woonstaat een verklaring af met daarin de volgende gegevens:
a) naam, adres en fiscaal identificatienummer of, bij ontstentenis van een dergelijk nummer, de geboorteplaats en -datum van de uiteindelijk gerechtigde;
b) naam en adres van de uitbetalende instantie;
c) rekeningnummer van de uiteindelijk gerechtigde of, bij ontstentenis daarvan, een eenduidige omschrijving van het schuldinstrument.
Een dergelijke verklaring is geldig voor ten hoogste drie jaar. De verklaring wordt afgegeven aan elke uiteindelijk gerechtigde die daarom vraagt, binnen twee maanden nadat het desbetreffende verzoek is ingediend.